Welig tiert de lavatera

In het verleden is lavatera, ook struikmalve genoemd, nooit goed aangeslagen in mijn tuin. Vorig jaar nog eens geprobeerd. Het werden dunne, amechtige sprieten, die overigens wel aardig bloeiden. Met hoop van zegen heb ik ze dit voorjaar teruggesnoeid, want er zaten bladknoppen aan. En verdomd, tijdens onze vakantie hebben zij een groeispurt ingezet, alsof er een bergetappe gewonnen moest worden. Nu tieren zij welig en vormen zo een prachtig roze decor. Lavatiera, zeg maar.

Ook dat nog

Fietsend richting de mensenvriend kwam er ineens iets uit een gangetje geschicht, met het voorkomen van een klein, amorf hondje. Het beestje kwam in de maalstroom van mijn trappers terecht en werd, misschien mede daardoor, net niet geplet onder mijn achterwiel met extra dikke stadscommandobanden. Met een snelheid die niet op ernstig letsel duidde, stoof het weg in een andere richting. Ik zag dat het een kat was. Maar toen had ik al “kijk uit, stomme hond” geroepen. Ook dat nog.

Moeizame zoektocht naar de juiste pageflip software

Met pageflip software kun je op het scherm realistisch bladzijden omslaan. Nu gebruik ik MyPageFlip, een op Flash gebaseerde tool, waarmee ik voor het foldermuseum alles kan doen wat ik wil. Het nadeel van op Flash gebaseerde programma’s is dat Android geen Flash ondersteunt, omdat Google, de maker van Android, en Adobe, de maker van Flash, ruzie hebben. Dus kun je op de meeste smartphones en tablets niet bladeren. Daarom ben ik nu al meer dan een jaar op zoek naar een oplossing die niet op Flash leunt. Dat soort oplossingen zijn er, maar er zitten vaak haken en ogen aan. Om te beginnen kosten ze soms 200 dollars of meer. Per jaar! Dat ga ik echt niet betalen.
Uiteindelijk heb ik twee potentiële kandidaten gevonden. De ene op CodeCanyon: Real3Dpageflip. Die voldoet wel aardig, maar het product is niet uitontwikkeld. Toen ik de maker daarop aansprak, was hij zwaar gebelgd en beantwoordde mijn mails niet meer. Het andere product is Turn.js, dat ontworpen is als Api in clean javascript en dus overal goed zou moeten werken. Maar als ik de maker vraag om te beoordelen of met zijn product hetzelfde kan als ik nu op het foldermuseum heb draaien, antwoordt hij ook niet. Wat is dit voor een flapdrollenwereld van lange tenen en misplaatste trots. Moet je als ontwerper niet blij zijn dat je je product verder kunt verbeteren? Ouderwetse gedachte zeker.

Gîte Mansolein: ideaal vakantieverblijf in Frankrijk voor een gezin met één of meer paardenmeisjes

Ik zal eerlijk zijn, het liefst zit ik op mezelf. Het was dus een afweging om op het erf van een boerderij te gaan zitten. Nu was het in dit geval geen gewoon boerenbedrijf, maar een fokkerij voor dressuur- en springpaarden. Toch wat anders dan koeien, hoewel ik dol ben op koetjes. Ook een voordeel is dat de bewoners Nederlanders zijn. Want zo’n Franse boer die ‘s ochtends met een sigaretje in zijn mond tegen me aan gaat staan lullen, geeft mij toch snel het idee dat ik destijds niet goed opgelet heb bij Frans. Terwijl ik best een stokbrood kan bestellen bij de bakker.
Het pakte geweldig goed uit. De bewoners waren stuk voor stuk erg aardig en beslist niet opdringerig. Alleen één van de drie kippen was opdringerig, die wilde steeds op schoot zitten. Maar na drie keer op de grond zetten had zij het al begrepen. Zeg dus nooit: “domme kip” tegen iemand, want dat slaat nergens op. De gîte zelf was dik in orde: een ruime ouderslaapkamer plus een dito kinderslaapkamer met drie bedden. Volop leesvoer en spelletjesgenot. En geen televisie! Heerlijk. Wel volop vogelleven. In het gebied nestelen Rode Wouwen. En in de gebouwen nestelen volop zwaluwen, zodat je verzekerd bent van een zomer. Als je ouder bent van een (of meer) paardenmeisje(s), dan moet je dit echt eens doen. Bijvoorbeeld als je terugkomt uit de Ardèche en nog een weekje wilt acclimatiseren. Want deze gîte staat in de Haute-Saône. Maar denk er wel om dat het geen manege is, een ritje maken is er niet bij. Daar heeft men gewoon geen tijd voor. Zoek op “Gite Mansolein” voor meer informatie. Dit jaar zitten ze wel vol, vrees ik.

De zestien sluizen van Sardy in het Canal de Nivernais voeren je terug naar de hippietijd

Volgens de folders is het Canal de Nivernais aan de rand van de Morvan het mooiste kanaal van Europa. Ik ken niet alle kanalen, maar het is beslist een heel mooi kanaal. Niet in de laatste plaats omdat hier alle sluizen nog met de hand bediend worden door een soort Melkert-baan jongeren. Dat levert veel werk op, want tussen de Loire en de Seine zitten maar liefst 110 sluizen. In elk geval was ik heel verheugd dat we er zo dicht bij zaten. Meteen het tweede uitstapje van ons verblijf in het departement Nièvre kozen we voor het spannendste gedeelte, de zestien sluizen van Sardy. Richting Etang de Baye tref je dan ook nog eens 3 tunnels aan, maar die zijn heel moeilijk bereikbaar gemaakt, omdat er in het verleden ongelukken zijn gebeurd. De jaagpaden zijn daar ook ongehoord smal, daar kunnen nooit paarden over gelopen hebben.
Vanaf het gedeelte met de tunnels kom je al heel snel bij een sluis waar alles lila geverfd is. Op een oude boot staat een geluidinstallatie die jaren zestig muziek speelt, toen wij er waren vooral de Beatles. Het bleek een uitspatting waar je iets kon nuttigen. De eigenaar was een kunstenaar die voor vriendelijke prijsjes bier, fris en ijs van een goedkope supermarkt aanbood. Het terrein stond vol met kunstzinnige kunstuitingen met een vleugje humor. Later hoorden we dat de sluiswachtershuisjes in dit gedeelte waren verkocht op voorwaarde dat de kopers een of andere vorm van nering zouden drijven. We zagen dan ook een aantal kunstenaars langs de route. In één huisje zetelde een lokale dependance van het VVV. Knoop het maar in je oren, als je graag langs oude kanalen fietst, dan mag je het Canal de Nivernais zeker niet missen.

Oude auto’s tieren niet meer zo welig in Frankrijk

Dit jaar spendeerden we een groot deel van juni in respectievelijk de Franse departementen Nièvre en Haute-Saône. In beide departementen hebben we gefietst langs zogenaamde voies vertes. Dat zijn oude spoorwegtracés en jaagpaden langs kanalen die tot fietspad zijn getransformeerd. Vooral daar zagen we oude auto’s, meest afgedankt en verroest, maar voor een deel ook rijdend. Het zijn er echter veel minder dan aan het begin van deze eeuw, toen je je nek nog brak over de eenden en de renaultjes 4. Van beide typen hebben we wel een paar exemplaren gezien, allemaal nog in gebruik als gebruiksauto en bepaald geen verzamelobjecten, die gedurende levenslange renovatietrajecten weer als nieuw worden verklaard.
Aan de roestige kant zagen we een trieste Rover P6, ooit de allereerste auto van het jaar, met daarachter ondefinieerbare voortweedewereldoorlogse modellen, die er nog verrassend uitzagen. In de Vogezen zagen we uiteraard geen oude auto’s, want dat laat de onberispelijke Duitsachtige volksaard niet toe. Wel zagen we bij een dwarsligger in de tuin een roestig kraanwagentje, waarvoor vermoedelijk vergunning is verleend in het kader van een kunstuiting of omdat de tuin aan een autosloperij grensde. Tijdens boswandelingen kwamen we af en toe gedumpte wrakken tegen. Ook Frankrijk kent zijn eigen rapalje, waarvan men terecht zegt: “eigen rapalje eerst”.

Een wandeling langs het volkseigen Dashorster klompenpad bij Scherpenzeel

Veel Nederlandser kan een lanschap niet. Op 9 mei wandelden we het Dashorsterpad dat ten noorden van Scherpenzeel ligt.knotwilgen langs het dashorsterpad Een kanaaltje met vistrappen bij de stuw, knotwilgen, oude bomen, zelfs een driehonderd jaar oude linde, helaas ook moderne veeschuren en als toetje een wonderlijke burgerschietbaan. Echt heel veel bijzonders was er niet te zien. Maar het grootste deel van de tocht is wel heel landelijk. De beloofde ijsvogel hebben we ook niet gezien. Maar eerlijk gezegd heb ik die nog maar twee keer in mijn leven gezien, en dan altijd op plaatsen waar ie niet beloofd was. lindenlaan op het DashorsterpadDus dat soort beloftes vertrouw ik toch al niet. Wellicht is er een stagiair van een toerisme opleiding op de folder gezet. En daar leer je vast het uiterste uit een gebied te halen.
Het enige echt bijzondere, waar we nog bijna aan voorbij liepen, was de schiebaan uit 1901. Op een langgerekt terrein liggen drie rijen heuvels met een doorgang.de schietbaan aan het Dashorsterpad Doorheen (ik steun het Vlaams als verrijking van de Nederlandse taal) de drie doorgangen moest je schieten. Zo voorkwam men dat abusievelijk afgeschoten kogels alle kanten op konden waaieren tot in de toevallig passerende dominee aan toe. Al met al een heel leuke wandeling.
Volkseigen zult u zeggen. Een moment van boosheid. Soms overvalt me dat als ik lees over het beschermen van “onze nationale waarden”. Wat voor waarden heeft een volk dat zijn koning laat koekhappen en pleepotgooien?

Schouwburg Almere toont Web 5.0

Wel eens een website willen bezoeken met welke browser dan ook en vervolgens minuten lang (of daar voorbij) moeten wachten? Vast wel. Mij gebeurt het elke dag met een glasvezelverbinding. Logisch ook, als het aantal internetgebruikers tendeert naar de wereldbevolking dan zal de snelheid teruglopen naar nul. Verstopt heet dat. Een verschijnsel dat je ook op autowegen kunt zien als steeds meer mensen van A naar B willen. Zestien rijbanen brede autosnelwegen bieden geen enkel soelaas, want iedereen wil in B die ene parkeergarage in met één ingang die maar één auto breed is.
web5 schouwburg almereHet zou best wel handig zijn als de website die je wilt bezoeken een indicatie geeft van de wachttijd. Tot nu toe heb ik dat nergens gezien. Maar Schouwburg Almere toont nu een scherm dat aangeeft dat het momenteel druk is, dus even wachten a.u.b. Weliswaar ontbreekt ieder spoor van tussentijdse updates, maar wat telt is dat men daar nagedacht heeft over de ergernissen die wachten op een website oproept. Een bosje kudos voor Schouwburg Almere.