Weerzien met de Baie des Trépassés in tweede album Bretagne

Zo’n veertig jaar geleden ging ik met mijn ouders naar Bretagne. We reden dat in één dag met een volgeladen DAF 750. Gaar waren we toen we op de camping bij Mur-de-Bretagne aankwamen. Zelf heb ik er een hekel aan om grote afstanden te rijden tijdens mijn vakantie, maar mijn vader draaide zijn hand niet om voor ritje van 200 km. Zo gingen we dus op een dag naar de Pointe du Raz, het meest zuidwestelijke puntje van Bretagne. Dat is op zich een belevenis. Maar wat echt een verpletterende indruk op me maakte, was de Baie des Trépassés. Je rijdt van beide kanten met een bocht naar de baai toe en dan heb je ineens een schitterend uitzicht over een prachtige baai. Het was winderig en somber weer. En het hotel zag er vervallen en verlaten uit. En dat dan in de baai van de overledenen. Mijn puberale fantasie sloeg op hol en ik had het idee dat ik in een Hitchcock film zat of in een boek over Hercule Poirot of Maigret. Een heerlijke sfeer die altijd is blijven hangen. Tegenwoordig drijft Bretagne op het toerisme. Er staan nu twee flinke hotels die het volgens mij prima doen. Veel overledenen zullen er ook niet aanspoelen vandaag de dag. De naam schijnt trouwens verkeerd uit het Bretons vertaald te zien. Het zou eerder gaan om een punt waar de overleden druïden scheep gingen naar de andere wereld.
Wil je het fotoalbum over de westkant van Bretagne bekijken, klik dan op Fotoalbum vakantie 2015 Plovan deel 2 of ga naar de pagina Fotoalbums (zie het menu).

Een huisje als een space shuttle in de Cantal

Om nog even te oefenen met het opzetten van een online album, wat een gepriegel op de vierkante pixel kan zijn, besloot ik een ouder album onder handen te nemen. Dat moest namelijk toch nog een keer. Het is het eerste album van 2013 geworden. Toen zaten we o.a. in de Cantal, een schitterend gebied met oude vulkanische bergen. Het huisje was heel bijzonder, een oude schuur die verbouwd was tot een modern strak vakantiehuis dat me aan de neus van een space shuttle deed denken. En toch viel het in tegenstelling tot moderne architectuur helemaal niet uit de toon in het landschap. Nog nooit hebben we zo’n indrukwekkend uitzicht gehad. Jammer is alleen dat de ramen rondom niet op zithoogte zitten, je moet gaan staan om van het uitzicht te kunnen genieten. Maar we konden vrijwel iedere dag buiten op het terras eten, dus het was geen probleem. Op de begane grond zijn twee slaapkamers en een badkamer. Dat daar vroeger de stal was, kon ik nog een klein beetje ruiken. Er hing een eigenaardige geur, niet direct vies, maar wel een beetje landelijk, zoals in een oude wijnkelder. Dankzij de dikke muren was de stilte ‘s nachts overdonderend.
Bergen zijn niet mijn ding. Als je gaat wandelen ga je de helft van de tijd omhoog, wat heel vermoeiend is, en de andere helft kost me meestal mijn knieën. Toch vond ik het zonder meer de moeite waard. Het is een schitterend gebied. Alleen de hoogste toppen heb ik gemeden. We hebben nog geprobeerd de Puy Mary te beklimmen, maar mijn hoogtevrees won het dik van de uitdaging. Qua dieren waren de bijzondere Salers koeien opvallend en de Rode Wouw die daar prettig dik gezaaid is. Op een dag reden we parallel aan een dal en een wouw zweefde op ooghoogte met ons mee. Ik was zo verbijsterd dat ik vergat mijn camera te pakken. Dat zit me nog dwars.
Klik hier om het album te bekijken of ga naar de pagina Fotoalbums (in het menu).

Eerste fotoalbum van Zuidwest-Bretagne is gereed

Tot de goede voornemens voor dit jaar behoorde het maken van de fotoalbums van onze zomervakantie van 2015. Hoeveel voornemens waard zijn blijkt uit het feit dat ik me vorig jaar had voorgenomen om de albums direct na de vakantie te maken. Er is iets wat me tegenhoudt, kennelijk. Ik vermoed dat het de hoeveelheid werk is. Toen we de foto’s nog analoog inplakten, was het trouwens al een hoop werk. We liepen ongegeneerd een aantal jaren achter. Meestal was de kerstvakantie de tijd om er eens flink aan te trekken. Maar dat is dit jaar dus niet gelukt.
In 2015 waren we in Bretagne, o.a. een week in het zuidwestelijke puntje. Ik had me voorgenomen om niet veel foto’s te maken (weer zo’n voornemen). Maar het bleken er meer dan ooit. Normaal leidt een week vakantie tot één album vol foto’s. Deze keer heb ik twee albums nodig. Er was dan ook veel te zien en het was elke dag mooi weer. We hebben maar één keer regen gehad en dat was aan het eind van de dag. Het eerste album is nu af. Het bevat de foto’s die gemaakt zijn tijdens uitstapjes ten oosten van het plaatsje Plovan, waar we een ruim huis gehuurd hadden. Er liggen daar kustmeren, drasgebieden, stranden met zwemverboden en restanten van de Duitse bezetting, gezellige kerkjes en ruïnes, menhirs en hunnebedden, en natuurlijk de vuurtoren in Penmarc’h. Koereigers waren dit jaar de opvallendste dieren. En niet te vergeten de adder waar ik bijna bovenop ging staan. Die was te snel weg en staat dus niet in het album. Bekijk het album hier of kijk op de pagina Fotoalbums.

Watergeest bestaat 4 jaar (in deze vorm)

Op 21 november 2011 startte ik met Watergeest op WordPress. Daarvoor bestond het al bijna 3 jaar op een ander blogplatform, maar dat is allemaal verloren gegaan toen Sanoma de stekker eruit trok. WordPress zie ik niet zo gauw verdwijnen. Maar misschien verdwijn ik zelf wel een keer. Want sinds ik de mopperberichten over entosorbine, pantene pro 2-in-1 en de action heb verwijderd, is het bezoek flink teruggelopen. En onwillekeurig vraagt een mens zich dan af waar ie het voor doet. Geen zorgen fan, een eventueel einde zal ik netjes aankondigen. Zie je heel lang geen nieuwe berichten, dan ben ik dood. Of erger.

Nu een feestelijk en hoopvol plaatje omdat ik uit ’51 stam.

1951

Ameland in panorama’s | 5: afscheid van De Bonte Piet

Klik op een plaatje om de grote versie te zien.
We hebben pakweg zes jaar achter elkaar het huisje Bonte Piet gehuurd toen Elvin nog jong was. Het staat in het duingebied tussen Nes en Buren. Alle huisjes in dat gebied hebben rieten daken. Da’s natuurlijk duur, maar wel sfeervol. Het bijzondere van de Bonte Piet is dat er een vlak speelveldje bij ligt wat redelijk zeldzaam was in die tijd. Later hebben patsers bij het neerzetten van hun kapitale vakantiehuizen de duinen meteen flink laten egaliseren zodat je je bij sommige huizen gewoon in Bergen aan Zee waant. We bewaren fijne herinneringen aan de Bonte Piet. We hebben er zelfs nog eens een zonsverduistering meegemaakt, kejje nagaan. Binnenin was het best gezellig ingericht, alleen niet helemaal handig. Een ramp was de letterbak, waar alles uitviel als de deur door de tocht dichtklapte. Gelukkig heeft de eigenaar nooit gemerkt dat alle schelpjes op een andere plek stonden. Prettig waren de twee terassen, op de noordoostkant voor het ontbijt en op de zuidoostkant voor de rest van de dag.
Twee jaar geleden vernamen we dat de Bonte Piet verkocht zou worden. Als zo’n ouderwets huisje uit de tijd van “allemaal de schouders eronder” verkocht wordt dan gaat het geheid tegen de vlakte om plaats te maken voor een wanstaltige villa met inpandig zewmbad of jacuzzi en sauna. Dat soort huizen doet minstens 2000 euro per week in het seizoen, voor ons niet op te brengen. Dus besloten we er nog een keer heen te gaan. Dat was vorig jaar. Net op tijd want het huisje ging uit de verhuur. Maar deze zomer zagen we dat het ineens weer verhuurd werd. Het bleek nog niet gelukt om de proletenvilla van twee miljoen te verkopen, zodat de projectoplichter het nog maar een tijdje te huur aanbood. En nog een tijdje langer hebben we inmiddels gezien, want kennelijk heeft ook niemand 1.5 miljoen over voor een vakantiehuis op Ameland. Daardoor hebben we er dit jaar nog een weekje kunnen vertoeven om definitief afscheid te nemen.
Van de Bonte Piet liepen we in pakweg vijftien minuten naar het strand, hoewel met een kleine jongen duurde het misschien iets langer. De strandopgang lag precies tussen de twee strandtenten in waar iedereen zat, zodat het op ons plekje altijd vrij rustig was. Geen Zandvoortse taferelen, maar dat zie je sowieso niet op de eilanden. Het enige minpunt waren de groepen kansarme Duitse jongeren die in kerkelijk verband van betaalbaar strandvertier werden voorzien. Iets dat in eigen land ofwel niet is toegestaan ofwel twee keer zo duur. Gezien het enorme aantal Duitsers op Ameland vermoed ik het laatste. Van mij mogen ze Ameland autovrij maken, net als Schiermonnikoog en Vlieland. Het zou de opmars van patserige vakantieverblijven misschien afremmen. De Belgische kust is het nog niet, maar er staan wel elk jaar nieuwe huizen en hotels.

Ameland in panorama’s | 4: langs het wad

Klik op een plaatje om de grote foto te zien.
Een van de grootste troeven van Ameland is het buitendijkse fietspad langs de Waddenzee. Je kunt vanaf de westpunt tot aan de kwelder in het oosten kilometers lang ongestoord langs de waterkant fietsen. De Waddenzee biedt door de getijden altijd een andere aanblik, net als de vogels die zich aanpassen aan het getij. Bij eb foerageren zij op de slikplaten, bij vloed rusten zij voor een deel op de dijk. Dat is dan ook het enige minpuntje, je verstoort in het koude seizoen de eidereenden nogal. Dit jaar konden we de fietstocht echter niet maken. Rijkswaterstaat is namelijk begonnen met het versterken van de dijk en het aanpassen van de uitwateringssluizen. Zelf heb ik nooit een storm meegemaakt die de dijk kon bedreigen, maar het is inderdaad voorstelbaar dat golven tot boven het fietspad in de zuivere klei terechtkomen. En de aanpassing van de sluizen zal wel nodig zijn vanwege de verwachte zeespiegelstijging. Als het water in de Waddenzee nooit meer zo laag komt te staan dat het overtollige water in de slootjes vanzelf kan wegvloeien dan zijn er pompen nodig. Gezien de enorme damwanden die om de natuurlijke afvoerpunten zijn gebouwd, zal dat inderdaad wel de oplossing worden.
Het haventje in de Ballumerbocht, waar voor de bouw van de veerdam de vracht werd gelost, was gelukkig wel bereikbaar. Tegenwoordig ligt de reddingsboot hier. Tevens is er een klein reddingsbootmuseumpje, maar de boten waren nu weggehaald. De kade zal dus ook wel opgehoogd worden, mede in verband met het belang van een gegarandeerde bereikbaarheid van de reddingsboot.
Aan de oostkant van Ameland, tussen het dorp Buren en natuurgebied het Oerd, ligt een kwelder die door twee grote slenken wordt doorsneden. Vanaf het einde van het buitendijkse fietspad kun je een wandeling over de kwelder maken. Jammer genoeg is de brug over de kleine slenk vervangen door een dam. In de kwelder graast het nodige vee. Het is een gemeenschappelijke zomerweide voor een aantal boeren. Je kunt langs de kwelder fietsen als je naar de Oerder Blinkert gaat. Let wel op, er zijn twee fietspaden, één aan elke kant van de kaarsrechte stuifdijk. Als je het noordelijke fietspad neemt, zie je niets van de kwelder en dat zou jammer zijn. De kwelder is aan alle kanten omgeven door duinen, dus ik hoop dat men het gebied niet hoeft te verpesten door langs de Waddenzee een dijk te leggen.

Ameland in panorama’s | 3: binnen de duinen

Let op: klik op de kleine afbeelding om een grote foto te zien.

Aan de binnenkant van de duinen is natuurlijk ook van alles te zien, maar deze keer heb ik alleen foto’s van duinen en een paar bekende plekjes. Het bekendste duin van Ameland is de Oerder Blinkert, een duin van 24 meter hoog. Vanaf dit duin kun je alle kanten op een heel eind weg kijken. Aan de oostkant kun je het einde van de duinenrij goed zien en bij helder weer zelfs de vuurtoren van Schiermonnikoog. Aan de zuidkant overzie je de Waddenzee en de Friese kust, die helemaal niet zo ver weg is. Je kunt bijna de veerdam van Holwerd met het blote oog zien liggen. Kijk je naar het westen dan zie je minstens de veerdam bij Nes nog. Aan de noordkant ligt vanzelfsprekend de Noordzee met duidelijk zichtbaar het boorplatform voor gaswinning. In de duinen ligt een oudere winput die nog steeds operationeel is, maar dankzij de opmars van de natuur is dit landplatform nauwelijks meer zichtbaar.
Helemaal aan de andere kant van het eiland, op de westpunt, staat de beroemde rood-witte vuurtoren van gietstaal. Mijn camera bleek ook in verticale richting panorama’s te kunnen maken, wat een echt groothoekeffect geeft. Vlakbij, richting de plaats Hollum, ligt het pannenkoekhuis Onder De Vuurtoren. Wij gingen hier elke vakantie minstens één keer met onze zoon pannenkoeken eten. In die tijd was er een overweldigend aanbod van soorten pannekoeken, meer dan 300 geloof ik. Ik at daar dan wel eens combinaties als artisjokken, uien, aardappeltjes, champignons en broccoli op een pannenkoek. Zwaar, maar erg lekker. In het kader van de rationalisatie die de oprukkende markt met zich meebrengt, is het aantal soorten gereduceerd tot een dertigtal die je in elk willekeurig pannenkoekenrestaurant kunt bestellen. Nog wel lekker gelukkig en daar gaat het bij kinderen voornamelijk om. Bij het maken van de panoramafoto kwam net de bus voorbij, wat een exotisch effect geeft. Tijdens het voorbijrijden heb ik de scansnelheid veranderd, vandaar misschien dat er twee bussen te zien zijn. Het is echter een-en-dezelfde bus.
In Ballum heb ik nog een foto van het beroemde hotel Nobel gemaakt. Lang geleden was dat een gezellig allemanshotelletje waar je op een klein terrasje of binnen iets kon versnaperen. Nobel was met name beroemd vanwege het zogenaamde nobeltje, een soort rumpunch die ook in handige meeneemflessen werd verkocht. De laatste jaren is Nobel meer-en-meer een pleisterplaats geworden voor kapsonesvolk met beter betaalde eisen, waartoe het gezellige zitje buiten werd opgeleukt tot een buitenlounge met een onprettige prijskaart. De lunch was echter kwalitatief dik en in orde. Het enige minpuntje op het loungeterras was het uitzicht op Europa’s poenigste patserbakken met hun onvermijdelijke sjoemelsoftware.