WATERGEEST

dagboek van een early vutter


Een reactie plaatsen

Waarom doet Nikon een stapje terug en hoe nu verder?

Deze week kondigde Nikon aan dat het de ontwikkeling van de aangekondigde DL-serie topklasse compactcamera’s stopzet. Dat lijkt een alledaags bericht, maar dat is het absoluut niet. Want nu de smartphones de laatste jaren een heel marktsegment weggevaagd hebben, namelijk dat van de eenvoudige compacts, bewegen alle fabrikanten zich richting het subtopsegment, de markt voor enthousiaste amateurfotografen. Voor een deel werden deze liefhebbers bediend door de onderkant van het aps-c formaat met camera’s van canon, nikon, pentax en sony. Sinds 2010 heeft Fuji zich bij deze groep gevoegd, hoewel de camera’s meest aan de dure kant zijn.
Een aparte stroming binnen het segment van fotografie-enthousiastelingen is die van het spiegelloze mft-formaat, met de merken olympus en panasonic als voornaamste spelers. Inmiddels leveren Olympus en Panasonic ook vooruitstrevende modellen van topkwaliteit die meer gericht zijn op professionele gebruikers. Met name Panasonic heeft zich binnen weten te werken in de markt voor professionele filmer met zijn excellente GH4. De enthousiaste amateurs zijn echter niet vergeten. Het grote voordeel van het mft-formaat (13x17mm) is dat de objectieven veel lichter en kleiner zijn dan die van de grotere formaten.
De markt voor aps-c (ca. 17x25mm) en full-frame (23x35mm, het equivalent van het vroegere kleindbeeldformaat) was stevig in handen van Canon en Nikon, met Sony als sterke nieuwkomer. Pentax dat nog wel een partijtje meespeelde in het aps-c formaat heeft inmiddels een indrukwekkend full-frame topmodel, de K1, dat de bezitters van oude Pentax objectieven aan moet spreken. Fuji heeft nog geen full-frame model, maar wel een aps-c range die het bedrijf van de ondergang heeft gered. En Fuji heeft een mid-range (ca 33x45mm) systeem aangekondigd dat een directe concurrent is voor de Pentax 645D.
Sony is een verhaal apart. Door de overname van Minolta heeft het zich in korte tijd opgewerkt tot een belangrijke speler. En het is enthousiast gaan experimenteren. Zo heeft het de opklapspiegel in de slt modellen vervangen door een halfdoorlatende spiegel, wat nota bene een uitvinding van Canon was (remember de Canon Pellix). Maar daar stopte het niet. De nex-serie van aps-c modellen kwam qua formaat dichtbij de mft modellen van Panasonic en Olympus, maar dus wel met een grotere sensor. En tenslotte was het Somy dat de spiegelloze revolutie van het mft-platform exporteerde naar het full-frame formaat met de A7 serie. De ontwikkelingen gaan hard en ondanks de neerbuigende geluiden vanuit het Canon hoofdkwartier zal men zich daar intussen terdege bewust zijn van het gevaar. Want de bejubelde optische zoeker heeft nu echt zijn tijd gehad en zonder zo’n zoeker heeft een spiegel ook geen enkele zin meer.
Een vrij nieuwe ontwikkeling is die van de 1″ sensor (ca 9x13mm). Deze sensor wordt vooral toegepast in compacte camera’s met een vast objectief voor de enthousiaste amateur. De in het begin vermelde DL-serie van Nikon zou zo’n sensor bevatten. Van de weeromstuit heeft Panasonic een camera met vast objectief met een mft sensor uitgebracht. Fuji begon zijn ommezwaai naar de markt voor enthousiaste amateurs met een compactcamera met vast objectief met een aps-c sensor, de X100, waarvan ik zelf niet goed begrijp waarom iemand die zou kopen (hij is nogal duur).
Al met al is er nu veel meer keus voor enthousiaste amateurfotografen dan pakweg 7 jaar geleden. Zo veel keus dat de spoeling dun wordt. Want het aantal gebruikers neemt niet of nauwelijks toe. Dat betekent dus voor de fabrikanten dat zij veel minder exemplaren per model verkopen. En daarmee komt de mogelijkheid om de ontwikkelingskosten terug te verdienen in gevaar. Fabrikanten zullen niet snel meer een geheel nieuwe lijn opzetten. We zullen het vooralsnog moeten doen met doorontwikkeling van wat we nu hebben.
De DL-serie van Nikon was zo’n nieuwe lijn. Op dit moment zit Nikon financieel gezien in zwaar weer. Vandaar de stopzetting van de ontwikkeling. De camera’s zagen er goed uit. Maar er zijn al zo veel goede camera’s. Dit jaar verwacht ik nog wel meer stekkers die ergens uitgetrokken gaan worden. Als Fuji niet meteen doorbreekt met zijn nieuwe medium formaat camera zal het snel afgelopen zijn. En anders legt de Pentax 645D misschien het loodje. Nikon zal verder in zijn modellen gaan snijden en wellicht aansluiting zoeken bij de mft groep. En Canon zal misschien zijn M-serie torpederen. Ook de Cosina full-frame zie ik niet meer verschijnen.
Leica heb ik hier niet vermeld. Qua prijs mikt Leica namelijk niet op enthousiaste amateurs, hooguit op amateuristische snobs. En laten we eerlijk zijn, een meetzoeker had al lang verleden tijd moeten zijn. Over zoekers gesproken, waarom denken alle fabrikanten toch dat die niet nodig zijn. Ook twee van de drie geannuleerde Nikons hadden weer geen zoeker. Er zijn zo veel modellen zonder zoeker die qua prijs echt wel in het enthousiasten segment zitten. Ik kan me echter geen fotografieliefhebber voorstellen die zonder zoeker kan.


Een reactie plaatsen

Een nevelige najaarswandeling in het Wendelbos.

Op 26 november deden we een ons nog niet bekende wandeling in een bekend gebied, het Waterloopbos. Daar hadden we al vaker gewandeld, maar voor Rita is het nadeel dat er altijd veel te fotograferen valt. Vandaar dat we deze keer voor het aanpalende Wendelbos hadden gekozen, mede om Rita’s nieuwe wandelschoenen in te lopen. De wandeling begint gewoon in het Waterloopbos, waar Natuurmonumenten nu zichtbaar bezig is om de oude waterloopkundige modellen schoon te maken. Tot nu toe was alles overgroeid geweest, deels zelfs helemaal dichtgegroeid. Nu is het waterpeil op een aantal punten verlaagd en zijn de lagen modder, bladeren en waterplanten weggehaald. Jammer genoeg verdwijnt daardoor ook de prachtige sfeer van teloorgang. Maar vanuit geschiedkundig oogpunt zal het dan wel weer interessant zijn.
De Wendelboswandeling is niet lang, iets van 7 kilometer. Maar het is wel gevarieerd bos, deels jong ook, iets heel anders dan de Veluwe met zijn oude woudreuzen. Het eerste deel gaat door het oude Waterloopbos, daarna komt nieuwe aanplant die aan landbouwgrond grenst. Een gedeelte loopt langs een vaart, waar dankzij de mist een mystieke sfeer hing. Daarna weer een pad dat tussen de bomen slingert. Natuurmonumenten heeft erg zijn best gedaan om het uiterste uit de wandeling te halen. Soms heb je het gevoel in een kringetje te lopen. Maar op zo´n klein stukje grond kan het moeilijk anders. En als je rustig wilt wandelen maakt het niet zo veel uit wat het parcours is. Zolang het maar rustig is.


Een reactie plaatsen

Film De Surprise uit 2015 blijkt een heerlijke verrassing

Misschien is het onterecht, maar ik kijk vrijwel geen films meer op teevee. Soms is dat uit irritatie vanwege de reclames, maar vaak ook gewoon omdat ik een beetje geblaseerd ben. Ik heb het gevoel dat ik de films die ertoe doen al gezien heb. Als ik ze goed vond, dan wil ik ze niet nog eens zien, bang als ik ben dat het tegen zal vallen. Met andere woorden, ik wil niet stoken in mooie herinneringen, vooral als die van mijzelf zijn. En als ik ze slecht vond, nou ja dat spreekt vanzelf. Veel van wat er de laatste jaren is verschenen, kan me ook niet meer boeien. Het accent is zo vreselijk verschoven naar actie en trucage.
Aangenaam verrast was ik dus, om maar eens een cliché uit de kast te laten komen, toen ik het begin van De Surprise zag. Ik was meteen geboeid door het spel van Van Koningsbrugge. Toen Elysium in beeld kwam, moest ik heel erg denken aan een SF verhaal, waarvan de naam me nu nog steeds niet te binnen is geschoten. Ik dreigde daardoor even af te haken, maar meteen dacht ik: wat de hek. En ik ben blij dat ik de film heb uitgezeten.
De film staat te boek als een romantische komedie. Gelukkig is het geen typische onderbroekenlol komedie zoals helaas meestal het geval is. En evenmin was het onderbroekenromantiek, integendeel. De opbouw en het spel (ook van Georgina Verbaan) deden me veel meer denken aan de betere Franse cinema (Amélie uit 2001 bijvoorbeeld). Dat het verhaal sterk is, mag niet verbazen, want het heet gebaseerd te zijn op een verhaal van Belcampo. Daar herinner ik me dan weer niets van; zou dat het SF verhaal geweest zijn? Evengoed is het knap dat een verhaal van Belcampo niet verpest is. Hulde aan de regisseur, Mike van Diem. Ik ben niet scheutig met sterren, maar deze keer geef ik er vijf. Als is dat dan misschien mede omdat ik nu ook eens iets moderns heb gezien.


Een reactie plaatsen

Brochure Museum of Lost Brands viert de 300ste folder

Dat had ik helemaal niet gedacht toen ik vijf jaar geleden met het Brochure Museum begon, dat ik begin december de 300ste folder zou vieren. Zelf had ik slechts 50 folders om op te nemen in wat toen nog het British Leyland foldermuseum moest gaan heten. Maar de naam stuitte al direct op problemen, want ik vond ook een DAF folder in mijn collectie. DAF en British Leyland hebben gemeen dat zij verdwenen zijn. Zo gezegd zo gedaan, het werd het Foldermuseum der Verloren Merken. Klonk ook wat spannender. En bood meteen ruimte aan het foldertje van mijn oude Exakta camera dat intussen boven water was gekomen.
Als eerste probeerde ik een 100% HTML-weergave (HTML is de taal waarin de meeste web-pagina’s zijn gemaakt), waarbij ik twee plaatjes naast elkaar toonde, de linker en de rechter bladzijde. Maar dat bleek nogal bewerkelijk. En bovendien had ik net ontdekt dat allerlei bedrijven hun weekfolder als doorbladerbare folder op het net zetten. Dat wilde ik ook. Na wat onderzoek vond ik een op Flash gebaseerde bladertool waarmee ik alleen alle baldzijden op maat hoefde te trimmen en in een XML-bestand hoefde te benoemen. Voor de vouwbladen gebruikte ik een slideshow programma. Het Flashprogramma werkte prima tot aan een Windows-upgrade. De laadtijden bij meer dan 16 bladzijden werden opeens enorm. De meeste bezoekers hadden er geen last van, maar sommigen haakten af. De maker van de bladertool had inmiddels een vreselijk interessante baan in Singapore gekregen en hij bleek niet van plan nog een vinger naar het programma uit te steken. In 2015 vond ik een op HTML 5 gebaseerde tool die als voordeel heeft dat hij op alle platforms hetzelfde werkt, ook op mobiele apparaten. Na een maand hard werken had ik alles overgezet en meteen redelijk toekomstbestendig gemaakt.
Inmiddels begint de opzet van de site wat sleets te ogen. Volgend jaar ga ik onderzoek doen naar de mogelijkheden van WordPress. Dat is een zogenaamd content management systeem (CMS) waarmee je makkelijk blogs en sites kunt bouwen. Dit dagboek is met WordPress gemaakt. Waarschijnlijk zal het erop neerkomen dat ik een front-end bouw in WordPress en dat de folder- en merkoverzichtpagina’s blijven wat zij zijn.
Terug naar de 300ste folder. Dat was de launchfolder van de Rover 75, de allerlaatste Rover die het beroemde merk ooit heeft gebouwd. Het museum richt zich op folders uit de periode 1945-1990. De Rover 75 folder stamt uit 1999 en valt dus buiten die periode. Maar het is zo’n weergaloos mooie auto, de mooiste en beste Rover ooit, dat ik hiervoor wel een uitzondering wilde maken. Nou ja, uitzondering, ik ben natuurlijk wel een totale Rover freak. Jammer dat het hoogtepunt in de ontwikkeling van een roemrucht merk meteen de zwanenzang werd. In 2005 hield Rover op te bestaan. Link naar het museum: Brochure Museum of Lost Brands.
Dat ik het met een collectie van slechts 60 folders (inclusief de camerafolders) toch tot zo’n respectabel aantal van 300 heb weten te schoppen, heb ik te danken aan alle verzamelaars die folders voor mij wilden scannen. En gelukkig zijn er steeds meer mensen die me aan materiaal willen helpen, dus voorlopig gaat het museum nog niet dicht.