Panasonic Lumix FZ200 volgt FZ18 op

7 Jaar geleden kocht ik een Panasonic Lumix FZ18. Daar heb ik nooit spijt van gehad. Het is een heerlijk lichte camera met een behoorlijk zoombereik (meer tele moet je niet willen met zo’n kleine sensor) en een vlotte bediening. Er was maar een minpuntje: macrofoto’s vielen vaak tegen. Ofwel ik had niet op het goede punt scherpgesteld, ofwel de camera had er moeite mee. Hoe het ook zij, hooguit een kwart van de macro-opnamen kon mij bekoren. Maar aangezien ik weinig aan macro doe, was het nooit een probleem. Afgelopen jaar liep ik echter tegen een echt probleem aan. De camera liet zich af en toe niet meer bedienen: de sluiter ontspande niet, scherpstellen werkte niet en ook de zoom deed het niet. Uit- en aanzetten was altijd de oplossing, maar dan had ik al een opname gemist. Lullig als het een ijsvogeltje was geweest. Ik ging dus uitkijken naar een aanbieding van de FZ200, die ik al een tijdje in het oog hield als mogelijke opvolger. En die kwam.
De FZ200 is helemaal volgens hetzelfde concept gebouwd, maar heeft veel meer mogelijkheden. Vreemd genoeg is hij wel ietsje groter, terwijl alles toch steeds kleiner wordt. Dat zal wel door het objectief komen. Dat heeft namelijk dezelfde maximale lensopening over het hele zoombereik, namelijk 2.8. De FZ18 liep nog van 2.8 in groothoek naar 4.2 in tele, wat voor die tijd al erg goed was. Om in de telestand zo’n grote opening mogelijk te maken, moeten de achtertse lenselementen een grotere doorsnede krijgen en dat is goed te zien. Prettig is dat de groothoek 25mm is en de tele 600mm. Liever zou ik een 20-400 zoomrange gehad hebben, maar dat zou vast duurder geworden zijn. De grootste verbetering betreft echter het display, dat uitgeklapt kan worden in alle mogelijk standen. De zoeker is ook heel veel beter. En verder zijn er nog wat dingen waar ik niet naar zocht, maar die best prettig kunnen zijn, zoals een burstmode met 12 beelden per seconde en drie programmeerbare functietoetsen. Kortom, het zou fijn zijn als ik met deze camera ook weer minstens 7 jaar in mijn nopjes mag zijn.

De totale betekenisloosheid van twitter en facebook

Nee, dan heb ik het niet over de inhoud, de berichten. Daarvan weet men wel dat het raas en kal is. Het gaat hier om het bereik, de betekenis als marketing- of communicatieinstrument. Die is vrijwel nul, denk ik. Waarom? Ik zit voor het Brochuremuseum op twitter en facebook, om te pogen het museum enige bekendheid te geven. Het direct benaderen van clubs van mogelijk geïnteresseerden leverde namelijk niets op. Vandaag bereikte ik 700 volgers op twitter. Wauw, zul je denken, dat is best een getal. Helaas is het ook niet meer dan dat. Mijn statistiekprogramma laat zien dat van die 700 followers nog geen 10 het museum ooit bezocht hebben.
Voor facebook geldt dat veel minder. Zo’n 40% van de likes (followers) bekijkt ook echt wel eens een folder. Maar daar heb ik slechts 71 likes. En dat getal is nog uitermate dubieus ook. Deze week kreeg ik volgens het cumulatieve overzicht maar liefst 10 nieuwe likes, maar ik kan maar 7 nieuwe namen vinden in de lijst. Facebook lijkt zichzelf dus lekker op te kloppen. Jammer dat het geen slagroom is.
Het leuke nieuws is dat ik deze week dankzij Pieter een van de leukste folders tot nu toe heb mogen plaatsen. Het is een prachtig getekende folder van de Simca 9 Aronde uit 1951. Bekijk hem eens om te zien hoe het was in de tijd dat auto’s nog leuk waren.

De toekomst is spiegelloos, alleen weten Canon, Nikon en Pentax dat nog niet

Bezoekers hadden vaak een kater na de tweejaarlijkse fototentoonstelling Photokina afgelopen september, er was weinig spannend nieuws te zien geweest. Dat klopt wel een beetje, denk ik. Voor mij waren er maar twee camera’s die eruit sprongen: de Panasonic Lumix DMC-LX100 en de Samsung NX1. De rest was een verbetering van de vorige versie. Ik moest hieraan denken toen ik las wat de lezers van DPReview op dit moment kiezen als het grootste nieuws van 2014. Wat camera’s betreft zijn de resultaten veelzeggend. Van de vijf systeemcamera’s zijn er vier mirrorless: Sony Alpha A7 II, Sony Alpha A6000, Fuji X-T1 en Olympus OMD E-M10. Met name de Olympus kun je echt niet nieuw noemen. De enige spiegelreflex camera in de lijst is de Nikon D750, een full-frame camera. Vreemd genoeg staat de Samsung NX1 niet in het rijtje, terwijl deze camera toch echt de eerste serieuze stap in de prosumer (gevorderde amateur) markt is voor Samsung, en een goede stap ook. De NX1 maakt nog net geen gehakt van de APS-C modellen van Canon en Nikon.
Het lijstje van de DPReview lezers toont aan dat de gemiddelde consument al heeft beslist waar de toekomst ligt. Maar de grote twee, Canon en Nikon, lijken dat helemaal niet te beseffen. Canon heeft een tijd terug de EOS M als spiegelloos model uitgebracht, maar lijkt er zelf niet in te geloven. En Nikon introduceerde in dezelfde tijd System 1 met een nogal kleine sensor. Ook dat model lijkt niet door te breken, hoewel je het hier nog wel in de winkel ziet. Intussen is met name Sony aan de haal gegaan met het spiegelloze concept door de full-frame A7 serie uit te brengen. Eerder had Sony al laten zien op zoek te zijn naar nieuwe wegen door een half-doorlatende, vaste spiegel te introduceren in sommige camera’s. Een idee dat nota bene in de jaren zestig door Canon was geïntroduceerd in de peperdure Canon Pellix reflex. De enige klassieke spiegelreflex in het rijtje is de full-frame Nikon D750, die lijkt te bevestigen dat Nikon zich steeds meer op de full-frame markt wil profileren.
De Sony A6000 en de Fuji X-T1 zijn belangrijke spelers op de APS-C markt. Toch verwacht ik niet dat die een deuk in de boter gaan slaan. Met name Fuji zal door de hoge prijzen een merk voor liefhebbers blijven. Of het bijbehorende marktaandeel groot genoeg is om Fuji overeind te houden is nog maar de vraag. De aanwezigheid van de Olympus E-M10 was een beetje een verrassing voor mij. Ik had eerder de GH4 van Panasonic op deze plaats verwacht, met zijn superieure 4k video mogelijkheid. Het zal wel komen door de betere beeldverwerking van Olympus, waardoor de resultaten net iets cleaner en scherper zijn dan van de vergelijkbare Panasonic camera’s.
Het grote raadsel blijft Pentax, dat eigenlijk alleen op de APS-C markt actief is. Er is wel een mirroless camera, de QS-1, maar die neemt niemand serieus. De spiegelreflexen zijn prima, maar verder heel standaard. Er gaan al tijden geruchten over een full-frame Pentax, wat de bezitters van oude K-bajonet objectieven heel blij zou maken, denk ik. Maar ik verwacht dat het geen spiegelloze camera zal worden. En toch is dat waar de kansen liggen voor Pentax. Als zij een mirroless full-frame uitbrengen, een grotere versie van de Sony A6000 zeg maar, die wel houvast biedt en die de handmatige instellingen heeft van de Panasonic LX100, dan zullen zij voor het eerst van zich doen spreken. Al die mooie primes die zij de laatste jaren hebben uitgebracht zullen, na herberekening voor de grotere beeldcirkel, juist op zo’n camera uitstekend tot hun recht komen. Ik verwacht niet dat het zal gebeuren. En Nikon en Canon? Die zullen blijven geloven dat de fotograaf een spiegelreflex wil met een optische zoeker waar hij in de schemering niets meer door kan zien. Uiteindelijk zullen de respectievelijke directies seppuku plegen.

Een trage wintertocht bij landgoed Slangenburg

Rita genoot deze week een werkstress-onderbreking, waarin wij o.a. wandelen in de natuur hadden gepland met eventueel een overnachting. Het vooruitziende weer lachte ons echter dermate zuinigjes toe dat wij besloten slechts één dag te gaan, namelijk woensdag 21 januari. De keuze viel op de Trage Tocht Slangenburg. Trage tochten zijn wandeltochten zonder paaltjes, schildjes of merktekens. De route lees je van een beschrijving, wat natuurlijk extra tijd kost, vandaar misschien dat de tochten iets trager zijn. Na een familiebezoek in Zelhem kwamen wij bij het landgoed aan, de heerlijkheid Slangenburg met het bijbehorende kasteel. Ja, zo kan ik het ook heerlijk hebben, wat een prachtig kasteel. En tot overmaat van pret stond onderaan het bordje met versnaperingen in het koetshuis (het enige toegankelijke deel) warme chocolademelk met slagroom. Echt iets om op een lange wandeling als beloning in het vooruitzicht te hebben.
Voor mij was het de eerste trage tocht, Rita had er al meer gelopen met een vriendin. Zij had dus moeten weten dat je de beschrijving beter heel letterlijk kunt nemen en dus niet een paadje naast een sloot moet nemen als die in de beschrijving niet staat genoemd. Evengoed was ook dat een leuk traject en per saldo konden we elders weer een stukje afsnijden zodat we toch op schema bleven voor de chocolademelk. Het landschap van de heerlijkheid en omgeving is heel gevarieerd. Bos, heide, akkers en weiland wisselen elkaar af, zodat er steeds nieuwe vergezichten opduiken. Die heide is er trouwens nog niet zo lang. Staatsbosbeheer is bezig om de oorspronkelijke heide terug te brengen in het gevarieerde landschap door lappen weidegrond af te graven. Gelukkig maar dat die ellendige ponyboer (Henk Bleker red.) niet de kans heeft gekregen om Staatsbosbeheer uit te schakelen. Als je ook maar iets om natuur geeft kun je sowieso beter niet op het CDA stemmen, of op de VVD.
Op de website vind je bij de Slangenburgtocht een foto van een ree. Maar van wild hebben we geen spoor gezien. We moesten het doen met een groepje ganzen in een weiland niet ver van een leuk afgelegen huisje waar we wel zouden willen wonen als het torentje van het kasteel al bewoond bleek. Verder op de wandeling viel ons ook nog een roodborstje ten deel, dat geheel niet bang was uitgevallen. Hadden we nog broodkruimels overgehad, dan was ie misschien op een van onze handen komen zitten. Over het algemeen was het erg stil in veld en beemd. Andere wandelaars hebben we alleen vlakbij het kasteel gezien, waar kortere wandelingen zijn uitgezet. Toen we na zo’n 14 km weer bij het kasteel aankwamen met een gierende trek in warme chocolademelk met slagroom kregen we de domper op de neus. Een aantal verveeld kijkende mensen deed ons vermoeden uitkristalliseren dat het koetshuis afgehuurd was voor iets wat zich daarbinnen afspeelde. Jammer.
Maar verders was het een heel leuke wandeling. Het weer was uitstekend, koud maar windstil met een lage luchtvochtigheid, waardoor de gevoelstemperatuur royaal aan deze kant van de Oeral bleef. Wel moest ik af en toe mijn Siberische muts dragen, om te voorkomen dat mijn oren een doodswens ontwikkelden. Trage tochten kan ik iedereen warm aanbevelen, zelfs in de winterse kou.

Kimmie de poes is overleden – een In Memoriam

Zaterdag 3 januari, vroeg in de morgen, overleed onze poes Kimmie. Het ging al een poosje niet goed met haar. Zij had al last van artrose en een schildklierprobleem. Half oktober moest ik ook nog met haar naar de dierenarts omdat zij niet meer wilde eten. De diagnose was dat haar darmen stilstonden. De dokter heeft haar toen een oppepper gegeven en krachtvoer om aan te sterken. Dat hielp nog formidabel. Haar darmen werkten weer en van het krachtvoer werd zij helemaal hyper. Op dat moment had ik haar nog jaren gegeven. Maar in december ging alles steeds moeizamer en zij werd ook steeds dikker terwijl zij weinig at. Toen zij bijna peigerde tijdens het knippen van haar nagels ben ik weer naar de dokter gegaan. Zij bleek oedeem te hebben, haar hele lijf, haar longen en haar buikholte zaten vol met vocht. Zij kreeg plaspillen, maar voornamelijk om haar einde draaglijk te maken. Want volgens de dokter was haar hart helemaal versleten, het klopte zwak en onregelmatig. Tegen 31 december was zij het vocht grotendeels kwijt. Maar zij heeft er niet veel meer aan gehad. Want zij was inmiddels zo verzwakt dat zij niet meer op de bank kon springen of de straat oversteken. Zij ging elke dag naar de buren schuin tegenover ons, daar bleef zij dan een poos. Op 2 januari heb ik haar gebracht, want de oversteek was te zwaar voor haar. Op 3 januari om 4 uur ‘s nachts zag Elvin dat het slecht met haar ging. Hij heeft toen nog afscheid van haar genomen. Toen we opstonden, was zij dood. Zij zag eruit of zij niet geleden had, een hele geruststelling.
Kimmie was een heel bijzondere poes. In de zomer van 2004 ben ik haar gaan uitzoeken samen met Elvin. Ik had gezegd dat een poes ons uit zou zoeken, andersom werkt niet. Eerst kwam er een blauwe rus op ons af. Ik schrok me dood, want het beest zou niet in de kattenbak, die ik net gekocht had, gepast hebben. Maar gelukkig negeerde Elvin hem. De volgende poes die op hem afkwam, was Kimmie. En dat bleek ook meteen typerend voor haar. Zij was een echte allemansvriend. En bliksems goed van vertrouwen. Ondanks alle doktersbezoeken met soms pijnlijke behandelingen ging zij altijd spontaan haar reismandje in als ik met haar naar de dokter moest. Want Kimmie was wat je noemt een zwakke zuster, zij had altijd wel wat. Op een van de foto’s heeft zij een manchet om vanwege een operatie om een enorm gezwel in haar nek te verwijderen. Maar altijd krabbelde zij weer op en rende weer als een dolle griet achter de blaadjes of de vogeltjes aan. Ook moest zij heel vaak kotsen. Meestal op de mat bij de voordeur, terwijl de rest van het huis harde vloerbedekking heeft. Ik heb haar daarvoor vaak vervloekt. Maar altijd maar kort, want zij gaf mij direct weer kopjes. Kimmie was ook een notoire koukleum, ‘s winters kroop zij bijna in de verwarming. Bijzonder was dat zij vaak een deel van de dag bij buren doorbracht. Voor een deel is dat misschien nieuwsgierigheid geweest, voor een deel ook haar vertrouwen in mensen, zij voelde zich overal thuis. Een keer ging het bijna mis door die nieuwsgierigheid. Zij was waarschijnlijk in een busjes van werkvolk gesprongen en is daar zo veel straten verder uitgegooid, dat zij de weg terug niet meer kon vinden. Gelukkig had zij een adreskokertje waardoor mensen ons konden bellen.
In 2007 besloten we er een jong poesje bij te nemen om Kimmie gezelschap te houden. Dat was een misrekening, want het werd haat op het eerste gezicht. Later is Kimmie nog bijgedraaid en tolereerde zij Wiezel. Op een van de foto’s zie je beide poezen bij Rita op de bank liggen. Maar ze hebben nooit lekker knus tegen elkaar aan gelegen. Kimmie kon zich ook tegenover honden soms behoorlijk chagrijnig gedragen. Ik heb haar wel eens een herdershond weg zien jagen. En afgelopen zomer dreigde zij een soort pitbull van onze stoep af.
We hebben Kimmie zaterdagmiddag in de tuin begraven, gewikkeld in wit linnen (dead dog on a highway – dad horse experience). We zullen haar niet gauw vergeten. Je hoefde haar maar aan te raken en zij begon te spinnen. Vaak begon zij zelfs in haar slaap te spinnen als zij je stem hoorde.
Vaarwel Kimmie, je was een fijne poes.

Het foldermuseum in 2014

Op 31 december plaatste ik de 170ste folder in het museum, de Austin Healey Sprite MK III uit 1964. De bezoekersaantallen zijn in november en december flink ingezakt. Hoe dat komt is me niet helemaal duidelijk. Mijn host heeft het een en ander gewijzigd aan de berekening, maar dankzij een alternatief statistiektraject weet ik dat het wel redelijk klopt. Een verklaring zou kunnen zijn dat de folders sinds een paar maanden niet meer te bekijken zijn met oudere browsers, met name Internet Explorer voor versie 9. Een andere mogelijke verklaring is dat de site een paar keer een heel weekend niet toegankelijk is geweest door gekloot van de host. Vooral in november waren er relatief weinig nieuwe bezoekers (die ik herken aan het feit dat zij heel veel folders bekijken in één sessie), terwijl de vaste klanten veel folders bekeken. Maar in december waren er juist weer heel veel nieuwe bezoekers, terwijl de vaste bezoekers vrij weinig folders bekeken. In de grafiek kun je aan de rode lijn (het aantal bekeken folders per bezoeker) zien dat het netto resultaat hetzelfde was. Al met al gaat het niet slecht. Het enige dat ik graag nog zou willen is een hoge score bij Google. Maar daarvoor moeten heel veel sites een link naar mijn site plaatsen. En hoe het komt weet ik niet, maar van de 700 benaderde sites op het gebied van klassieke auto’s en camera’s (en dan alleen van door mij getoonde merken), hebben er slechts 10 een link geplaatst. De rest verzuipt waarschijnlijk in eigendunk en vindt een foldermuseum te min. Een blaaskakerig gedragspatroon dat typerend is voor het internet en dat je ook duidelijk terugziet op facebook en twitter.

Opmars van smartphones is goed voor enthousiaste fotografen

Dit lijkt een vreemde stelling. Want zo verpletterend fijn werkt het fotograferen met een smartphone niet, en al helemaal niet als je een echte camera met instelmogelijkheden gewend bent. Toch snijdt de stelling wel hout. Want door de opmars van een behoorlijk goede camerafunctie in de smartphone is de verkoop van zogenaamde point-and-shoots, kleine cameraatjes zonder veel instelmogelijkheden, volledig in elkaar gedonderd. Hadden de grote jongens Canon en Nikon in 2010 nog tientallen point-and-shoots in het assortiment, nu is dat teruggebracht tot een handvol. Dat was natuurlijk een forse tegenvaller en de fabrikanten moesten op zoek naar andere mogelijkheden. De oplossing zat in het ontwikkelen van camera’s die niet een-twee-drie door een smartphone vervangen kunnen worden, camera’s voor de serieuze amateur. Weliswaar is dat soort camera’s veel duurder, waardoor je er niet zo veel van zult verkopen, maar per camera kun je wel meer verdienen. En als je er dan een systeemcamera van maakt met verwisselbare objectieven, dan kun je ook daar nog eens extra aan verdienen. Vooral dit jaar heeft een uitbarsting van dure camera’s voor de liefhebber laten zien. En het mooie voor mij en alle andere bijzienden in de wereld is dat de meeste van die serieuze modellen weer een echte zoeker hebben.
Vreemd genoeg tref je de grootste ontwikkelingen niet aan bij de marktleiders Canon en Nikon. De revolutie vindt plaats bij de subtop (Sony) en de kleinere spelers. Diverse merken brengen nu compactcamera’s uit met een veel grotere sensor. Het voordeel van een grotere sensor is dat de ruis minder wordt en de dynamiek groter. Bij een grotere sensor wordt ook de dieptescherpte kleiner, waardoor je het object makkelijker tegen een onscherpe achtergrond kunt fotograferen. Sony heeft zelfs een compact met een full-frame (het oude kleinbeeld) sensor. En Panasonic heeft pas een compact uitgebracht met hun MFT-formaat sensor (het vroegere half-kleinbeeld) met een dijk van een zoeker en met de instelmogelijkheden die je in het analoge tijdperk had. Fotografen zijn er lyrisch over. Ik vraag me af of de opmars van zoekers ook zo’n grote vlucht had genomen als Fuji niet in 2011 de X100 met een fraaie zoeker op de markt had gebracht. Voor Fuji was dit toen een noodsprong, want het merk was bijna ter ziele. Dankzij de switch naar de prosumer (de serieuze amateur) markt bestaan zij nu nog. Helaas voor Fuji maakte bijna iedereen die switch, dus de concurrentie is moordend.
Hoe dit allemaal afloopt durf ik niet te voorspellen. Maar één ding weet ik wel, en dat is dat er best wat eenvoudiger en goedkoper modellen bij mogen komen. Bijvoorbeeld een Olympus Pen-reeks met zoekers en een Panasonic GX5 of GX3 met een vaste, eenvoudiger zoeker.