Warme douche met pluim voor service Itho Daalderop

Toen we in 2001 een nieuwe keuken kregen, heb ik meteen een Daalderop hotfill in het aanrechtkastje laten plaatsen. Want ik was het zat om altijd minstens anderhalve minuut te moeten wachten tot het warme water van zolder eindelijk in de keuken was aangekomen. Nu stroomt het door de hotfill die het water op temperatuur houdt, zodat ik onmiddellijk warm water heb. Niet zo fijn voor de CO2-stoot natuurlijk, maar nu de nucleaire winter voor de deur staat, maak ik mij daar niet zo druk meer over.
Bij zo’n hotfill heb je een speciale kraan nodig, die de overdruk in de ketel kan afvoeren. Het kraantje drupt daardoor tijdens het opwarmen in een opvangbekertje dat met een slang op de afvoer is aangesloten. Afgelopen jaar liep het opvangbekertje over vanwege het verstopte riool. Toen ontdekte ik dat bekertje en slang helemaal vol zaten met schimmels en algen. Na het schoonmaken lekte het bekertje, vermoedelijk een haarscheurtje. Ik vroeg aan de fabrikant of die het bekertje als reserveonderdeel na kon leveren. Met angst in het hart, want vaak is het ontwerp tussendoor zo gewijzigd dat onderdelen niet meer uitwisselbaar zijn. Maar dit onderdeel bleek nog precies hetzelfde. Zoals ik ontdekte toen ik een pakje kreeg thuisgestuurd, terwijl ik nog op antwoord op mijn mail zat te wachten. Dat is wel een warme douche waard, dacht ik zo. En omdat het niks kostte, geef ik er ook nog een pluim bij. Uitstekende service van Itho Daalderop. Uitstekende producten ook, want na 14 jaar werkt de hotfill probleemloos, dag in dag uit.

Ik zag twee ijsberen … geen zoete broodjes smeren

Door een familiaire omstandigheid waren we op 27 maart in diergaarde Blijdorp. Het was lang gelden dat ik daar was. Ik zal 8 jaar oud geweest zijn en had vlak daarvoor mijn moeders oude Agfa boxcamera gekregen. Ik heb toen een heel rolletje volgeschoten, wat bij een opnameformaat van 6×9 neergekomen zal zijn op 8 foto’s. Vol trots herinner ik mij dat die opnamen nog aardig gelukt waren ook. Mijn toenmalige nicht stond erop en verder een olifant als ik mij goed herinner. Sommige van de oorspronkelijke gebouwen herkende ik nu nog van die foto’s, 55 jaar later.
Deze keer stond Blijdorp in het teken van de ijsbeertjes, twee stuks, die ongetwijfeld namen hebben als Ed en Willem. Zij waren lekker aan het dollen terwijl moeder ijsbeer weg stond te dromen over het wegvallen van de hinderlijke omheining waarachter allemaal lekker sappige hapjes stonden. Al vond ik dat zelf wel meevallen. De ijsbeertjes waren volledig in de actieve stand en dolden vrolijk in het rond. Wat mij ertoe bracht om het filmen met mijn nieuwe camera te proberen. Nou dat ging erg goed, kan ik vertellen. Helaas heb ik de filmpjes nog niet terug kunnen kijken, want ik heb geen idee hoe ik ze weer kan geven. Het standaard opnameformaat is namelijk AVCHD of zoiets en daar begrijp ik geen f**k van. Het is zo’n containerformaat waarvoor je afspeelsoftware nodig hebt, die ik niet heb. Windows begrijpt het standaard ook niet, maar vroeg of laat zal ik uitvissen hoe het zit. Intussen heb ik de camera maar op MP4 gezet, want dat begrijpt de wereld wel.
Natuurlijk heb ik ook gewone foto’s gemaakt. De eerste twee gingen niet goed omdat de beertjes al snel buiten beeld buitelden. Daarop besloot ik de troefkaart van deze camera uit te spelen: 12 fps. Ja, 12 frames per seconde, da’s pas snel. Alle 72 opnamen zien er spetterend uit, wat bewijst dat dit een nuttige instelling is voor onrustige elementen, zoals ijsbeertjes, kinderen en honden. Naast mij stond een fanatieker fotograaf met iets zwaars, Canon geloof ik, te foeteren dat het allemaal te snel ging. Maar eerlijk is eerlijk, als hij een scherp moment heeft getroffen, dan zal de beeldruis minder zijn dan bij mij. De reden dat we in Blijdorp waren was een feest op zichzelf, maar toch fijn dat we de schattige ijsbeertjes in actie hebben gezien.

Bloeddruk daalt van 200/90 naar 150/90

Vorig jaar om deze tijd schrokken mijn huisarts en ik samen van mijn bloeddruk. Hij was met 200/90 gevaarlijk hoog. Een kort leven lag in het verschiet. Ik moest meer bewegen en minder wegen, dat zou al iets schelen. Ze wilde niet meteen medicijnen voorschrijven, maar na een paar maanden nog eens kijken of het geen toevallige uitschieter was geweest. Toffe dokter hebben we. Helaas is zij nu ergens anders gaan werken als manager van een gezondheidscentrum. Na een paar maanden van minder eten en meer lopen was mijn bloeddruk gezakt naar 195/90, niet iets om een felecitatiekaartje naar huis te sturen. Ik hield de medicijnenboot echter nog even af.
Ik had mij namelijk een slag in de rondte gelezen met twee conclusies. Reguliere medicijnen hebben veel te veel werkingen, in de artsenmond bijwerkingen genoemd. Maar gelukkig bestaat er een fytotherapeutisch preparaat dat zou kunnen helpen. Vanaf oktober vorig jaar ben ik dat gaan slikken. Het is een extract van knoflook, maretak en meidoorn, dat tegenwoordig gebukt gaat onder de naam Venecapsueles. Eerst dacht ik dat het weinig deed. Bij de laatste controle vorig jaar was mijn bovendruk nog steeds 190. Maar twee weken geleden was mijn bovendruk gedaald naar 150. Ik ga dus nog even door met dit middel. Het doel van 120/80 zal ik wel niet halen, maar dichterbij komen moet lukken. Intussen blijf ik ook streven naar een beter gewicht, meer bewegen en minder snoepen. Als ik t.z.t. nog leef, laat ik het wel weten.

Airfix catalogus is 200ste folder in het Brochuremuseum

Hoofdbrekens. Welke folder zou speciaal genoeg zijn om de mijlpaal van 200ste folder in het foldermuseum te markeren? Het liefst had ik de 1960 folder van Dinky Toys gehad die ik zelf ooit eens bezat. Maar daarin had ik aangekruist welke ik voor mijn verjaardag wilde hebben. En dat waren ze allemaal dus die is niet mint genoeg voor het museum (want ik stel wel eisen). Bovendien is hij spoorloos. Een vlak-na-de-oorlogse folder van motormerk Ariel had me ook wel geleken. Maar kom daar maar eens om. Kortom, ik was wat blij dat een goede vriend mij een folder van Airfix had geleend.
20 vreselijke uren heb ik doorgebracht met scannen, rechtzetten (geen enkele scanner is zuiver haaks), bijsnijden, uitlijnen, verkleinen, exporteren en testen. Want het was een folder van 76 pagina’s. De meeste autofolders komen niet boven de 16 pagina’s uit. En vaak zijn zij minder kritisch. Deze folder heeft op elke bladzijde horizontale lijntjes die op elkaar aan moeten sluiten. Een bijkomend probleem was de omvang van de bestanden. Geen enkele folder in het museum was tot nu toe groter dan 2,5 Mb. Maar deze is meer dan 16 Mb. Zou dat tot onverdraaglijke downloadtijden lijden? Gelukkig blijkt de nieuwe software wat dat betreft heel robuust. Dat gaf ruimte om te kijken of ik de pagina’s zodanig kon vergroten dat zij bij gebruik van het vergrootglasknopje beter leesbaar zouden zijn. Met een extra compressie lukte het mij om de pagina’s te vergroten terwijl de omvang in bytes gelijk bleef aan die van de oude grootte. Bij deze folder zijn zij 1440 pixels hoog terwijl zij voorheen maximaal 1100 pixels waren (in portret formaat).
Al met al is de Airfix catalogus een feestelijke uitbreiding van de collectie. Ooit was ik een fervent modelbouwer. Het bladeren door de folder is dan ook een en al deja-vu. Ik kan de lijmlucht bijna ruiken. Ik voel de frustratie van lijmvlekken op het model al bijna weer opkomen. Nu maar hopen dat meer mensen zich zo geprikkeld zullen voelen dat zij hun speciale folder vol met mooie herinneringen voor het museum willen scannen.

Ameland was deze keer heel anders

“Het wad is nooit hetzelfde” zeggen ingewijden vaak. Een open deur natuurlijk, want het is eb of het is vloed, het regent of het schijnt, het is guur of het is lekker. Maar het blijft toch heel erg water, modder en zand. Geen kwaad woord daarover, want ik vind het mieters. Maar wat ik wil zeggen is dat Ameland toch elk jaar herkenbaar hetzelfde is, met hooguit weer wat meer accommodatie ten behoeve van de altijd maar vrijer wordende markt (tot heel het eiland vol zit, dan ben ik weg). Hetzelfde eiland biedt kort gezegd een wisselende aanblik. Maar zo wisselend als dit jaar zagen we het nooit.
We gingen van 14 tot 21 maart. En meteen werden we al geconfronteerd met een bericht dat de veerboot vertraging had opgelopen door extreem laag water. Nou ja zeg, in 22 jaar niet meegemaakt. En nog wel extreem ook. Toen we later een tocht naar Oerd en Hon maakten, de natuurgebieden op het oostelijk deel van het eiland, zagen we pas wat er aan de hand was. Er woei al dagen een ferme oostelijke wind, waardoor de Waddenzee niet goed meer volliep vanuit het westen. We konden deze keer helemaal de haak van de Hon aflopen, de zandrug die vanaf het Noordzeestrand de Waddenzee insteekt. En zelfs daar voorbij, want de platen aan de Waddenzee kant stonden al een tijd erg droog. Dat bleek bijvoorbeeld uit de verste kreek in het duingebied. Die stond nu vrijwel droog terwijl er anders in elk jaargetijde goed water in stond. De uitgestrektheid van dit deel van het eiland kwam nog meer tot zijn recht dan normaal: een kilometers grote zandvlakte. En geen kip te zien. Een keer zagen we types in een auto. Je mag namelijk in het winterseizoen met je auto het strand op; een tegemoetkoming aan het populistische janhagel waarschijnlijk (we hebben een fourwheeldrive en nou zullen we fourwheeldriven ook, daar doen die linkse natuurbeschermers mooi niks tegen). In het warme seizoen kun je hier wel tot twintig types tegenkomen, dan is het ineens niet zo rustig meer.
De weidsheid inspireerde me tot talloze foto’s die samen een panorama moesten vormen, want de in-camera panoramafunctie werkt niet door het gebrek aan contrast. Maar uit de hand is de kans op succes beperkt zoals het 180 graden panorama vanaf het Pinkegat (tussen Ameland en Schiermonnikoog) laat zien. Toch geeft het een indruk van weidsigheid en dat is mooi. Uitleg van de foto’s zie je zoals altijd door er met de cursor op te gaan staan. Door te klikken krijg je een grotere foto te zien.

Het eeuwig bewegende zand van Ameland

Dankzij de webcam van strandtent De Buren Van Nes wisten we al dat het water heel hoog was gekomen tijdens de grote januaristorm. Tijdens ons bezoek deze maand konden we met eigen ogen zien dat er heel wat was weggeslagen. Kijk maar eens naar de foto van strandtent Het Strandhuys in Buren. De trap die op het strand hoort uit te komen, hangt er nu bijna twee meter boven. Dat is een flink pak zand alles bij elkaar.
Toen we later van daar af naar de vuurtoren wandelden, zagen we dat er bij de westpunt, tussen paal 2 en 3, ook flink wat van het duin was weggeslagen. Het begroeide gebied dat normaal achter de duinen ligt, grensde nu op sommige plekken aan het strand. Volgens Rijkswaterstaat is dat allemaal niet zo erg omdat er in het stormvrije seizoen weer veel zand wordt vastgelegd. Op het strand tussen paal 3 en de balg (tot paal 7) vindt tegenwoordig veel duinvorming plaats, de zogenaamde groene duintjes. De storm heeft daar ook flink huisgehouden, maar de jonge duintjes waren nu alweer aan het groeien. Als er dit seizoen geen grote stormen uit het noorden meer komen, dan zal het inderdaad wel los lopen. En mocht het allemaal bedreigend worden dan gaan ze natuurlijk meteen zand opspuiten. Zo zal het badstrand na het zomerseizoen opgespoten worden, waardoor de trap van het Strandhuys weer gewoon op het strand zal uitkomen.

De Lumix FZ200 blijkt gelukkig toch geen kat in zak en as

In mijn vorige bericht vertelde ik dat de eerste opnamen met mijn nieuwe camera mij het ergste deden vrezen. Maar ik kwam tot de conclusie dat ik met het bewaken van de juiste instellingen en met 1/3 stop onderbelichting goede resultaten moest bereiken. En dat blijkt zo te zijn. Het is zelfs nog maar de vraag of die belichtingscorrectie wel nodig is. Misschien moet ik maar eens serieuzer naar het live histogram kijken en op grond daarvan corrigeren.
De eerste foto toont ons vakantiehuisje op Ameland. De belichting heb ik achteraf gecorrigeerd met plus 1/3 stop! De in-camera panoramafoto vanaf hetzelfde punt laat precies dezelfde belichting zien. Dus klassieke integraalmeting met nadruk op het centrum werkt kennelijk prima. Wel ontdekte ik verrassende gebreken in de panoramafunctie. Als je flink vergroot zijn er massa’s verticale strepen te zien. Bovendien is de resolutie erg laag en zijn details dicht gesmeerd. Dat moet toch echt wel beter kunnen, Panasonic. Is de omgeving contrastarm, dan lukt het maken van een panorama niet. Sowieso heeft de camera moeite met laag contrast; op een egale zandvlakte kun je niet scherpstellen. De fz18 deed dat volgens mij beter. Ik moet dus nog eens goed experimenteren met alle verschillende manieren van scherpstellen.
De foto van het reetje is door het niet al te schone slaapkamerraam genomen. Gelukkig heeft de camera scherpgesteld op het onderwerp en niet op het vuil dat op het raam zat. Later ontdekte ik dat er een functie is om door glas e.d. heen te fotograferen. Maar voor deze foto zou ik daar niets aan gehad hebben, want het reetje poseerde niet en was snel weer verdwenen, dus moest ik meteen schieten.

Eerste resultaten van de Lumix FZ200 rampzalig

Zondag 8 maart was het weer eindelijk fotografabel genoeg om de nieuwe camera eens lekker uit te proberen. We fietsten naar de Oostvaardersplassen, waar we heckrunderen en edelherten in het winteroverloopgebied zagen. Ideaal voor een 600 mm telelens, dus snel een paar plaatjes geschoten. Maar die zagen er meteen al niet goed uit: te licht en te blauw. Natuurlijk gekeken of er iets mis was met de instellingen, maar het AWB (automatische witbalans) tekentje stond in beeld en de belichtingscorrectie stond keurig op nul. De volgende opname was een panorama en dat zag er goed uit. Misschien waren de slechte opnamen een toevalstreffer. Maar latere opnamen werden niet beter, sterker nog ze werden alleen maar blauwer. Balen als een stekker natuurlijk. Rita had net een smartphone terug moeten geven, omdat ie helemaal niet goed werkte. En nu zou ik dus net zo’n camera hebben. Wat een rotzooi maken ze tegenwoordig.
Thuisgekomen kwamen de apen en beren uit de mouw. Kennelijk had ik per ongeluk op de WB (witbalans) knop van de 4way controller gedrukt, lang genoeg om de standaardinstelling naar blauw te verschuiven. Dit is dus iets dat heel anders werkt dan bij de vorige camera: je kunt nu een correctie aanbrengen op de automatische witbalans. Hij blijft dan automatisch, maar met een door jouw gekozen accent. Pas dan verschijnt het AWB tekentje in beeld. Tja, je moet het maar op kunnen brengen om de gebruiksaanwijzing door te lezen. De panoramafoto’s waren wel goed belicht, maar evengoed nogal blauw. Die worden kennelijk in IA (intelligent auto) mode gemaakt. Moet ik toch nog eens proberen, of de belichting in IA mode wel in één keer goed gaat.
Vervelend is dat de camera standaard ongeveer een halve stop overbelicht bij multimeting. Kies je voor klassieke integraalmeting dan zijn de foto’s beter belicht, zij het nog steeds een beetje overbelicht. Van review sites weet ik dat zelfs camera’s van 4000 euro vaak een permanente correctie van een kwart tot een halve stop vereisen, dus ik heb nu standaard eenderde stop onderbelichting ingesteld. De foto’s zien er stukken beter uit.
Sterkste punt van de camera tot nu toe vind ik de snelheid. Scherpstellen gaat razendsnel (althans bij goed licht) en hij is ook heel snel schietklaar. De scherpe en heldere zoeker is ook stukken beter dan die van de fz18, al is de kleurweergave een tikkie over de top. Qua bediening vind ik eigenlijk alleen de plaats van de quickmenu knop onhandig, die had ik liever op dezelfde plek gehad als bij de fz18. Maar er valt goed mee te werken. Binnenkort de resultaten van ons reisje naar Ameland.