WATERGEEST

dagboek van een early vutter


5 reacties

Een enigszins natte week in South Hams, Devon, Engeland

Onze laatste zomervakantie is alweer verbleekt in het geheugen, maar gelukkig is het eerste fotoalbum nu ook digi-gereed, zodat alles wat opnieuw voor onze geest staat openbaar is. Afgelopen zomer waren we in Devon in Zuid-West Engeland. Ons eerste huisje heette The Old Stables en lag in een sub-gehucht vlakbij het plaatsje Diptford. Dat rurale zuiden van Devon heet South Hams. Op een of andere manier hebben we dat geweten. Bijna alle wegen daar zijn precies één auto breed, met sporadisch passeerplekken die volgens ons geen twee auto’s breed zijn, maar op mirakuleuze wijze hebben we geen werk voor de uitdeukerij mee teruggebracht. Helaas hebben we ons niet ten volle in het gebied kunnen onderdompelen, omdat er twee dagen met klassiek Engels weer voorbij kwamen. Maar de eerste week moesten we toch een beetje uitrusten van de reis (op vrijdag gaat kennelijk iedereen in Zuid-Engeland naar Devon en Cornwall, en dan niet met de trein) en de banken in The Old Stables nodigden gewoon uit tot lekker lui lezen, wat we dan ook vol overgave gedaan hebben.
Niet heel ver van ons huisje lag een interessant landgoed, Dartington Hall, waar je leuk zou moeten kunnen wandelen. Een ander object van verlangen was de South Devon Railway van Buckfastleigh naar Totnes. In Staverton bleek een leuk tussenstation te liggen vanwaar je de wandeling zou kunnen starten. Maar goed dat we dat gedaan hebben want anders was een van de twee er misschien bij ingeschoten door de regendagen. Wandelend langs de rivier de Dart zagen we twee keer een stoomtrein voorbij komen wat danig aan de feestvreugde bijdroeg op de verder toch al aangename dag.
De enige kustwandeling die we konden maken was die bij Noss Mayo, een gouden greep, want het leverde ons een plaatsvervangende impressie van de zuidkust op. Het lieflijke dorpje, waar zonder meer een detective gefilmd zou kunnen worden, ligt aan de monding van de minder bekende rivier de Yealm. Niettemin hadden we sterk de indruk dat alle zeilbootjes van al die mensen die ons onderweg opgehouden hadden met hun files precies daar lagen. Het waren er in elk geval heel veel. Wel begrijpelijk want we kunnen ons de charmes voorstellen van het niet hebben van een zeilbootje aldaar.
Onze laatste grote tocht begon in Dittesham aan de river de Dart bij een veerpontje dat ons naar Greenway aan de overzijde bracht. Daar lag Greenway House, waar Agatha Christie heeft gewoond. Naar ons idee woonde zij vooral in haar boeken dus dat huis hebben we links laten liggen. Na een flinke tippel hoorden we in de buurt van Kingswear het geruststellende geluid van een stoomlocomotief. Het was die van de Paignton and Dartmouth Steam Railway wat volgens mij het grootste stoomtraject van heel het nog-verenigd koninkrijk is. Het eindstation heet Kingswear for Dartmouth. Je kon vroeger daar met de stoomboot van dezelfde maatschappij oversteken. Nu zijn er diverse pontjes. Na Dartmouth was het nog flink voortstappen, maar de dag was zeker een hoogtepunt.
Heb je ook zin in een vakantiehuisje in Zuid-West Engeland? We kunnen verhuursite Helpful Holidays van harte aanbevelen. Correcte informatie en behulpzaam. En soms ook betaalbaar.
Hier is de link naar het fotoalbum devon 2017 week 1. Je kunt de fotoalbums ook in het menu rechts vinden.


1 reactie

Een bijenzwerm strijkt neer in een Almeerse tuin

Woendag aan het eind van de middag vroeg Rita me te kijken naar een raar beest in de kersenboom. Behoedzaam sloop ik naderbij want het beest werd omringd door een zwerm wespen, althans zo leek het. Bij nadere beschouwing bleek het een tros bijen zo groot als een volleybal, die aan een tak hing. Na even met eerbied geslagen te zijn door dit wondertje der natuur ging ik mijn camera halen, onderwijl bedenkend dat ergens midden in die tros een koningin moest zitten, want zoveel had ik nog wel geleerd dankzij de stroom aan natuurfilms op tv. Het hoeven dus echt niet altijd olifanten te zijn.
Wat ik niet van natuurfilms had geleerd was dat de tros weg kon zijn toen ik beneden kwam met mijn camera in de aanslag. In plaats daarvan hing er nu een enorme wolk van luidkeels zoemende bijen boven onze tuin en vooral die van de buren. Dat alles maakte zo veel indruk dat we maar naar binnen zijn gegaan. Het werkt bij bijen niet als bij honden, zoemende bijen steken wel degelijk. Toen wisten we nog niet dat bijen tijdens het zwermen niet zo snel zullen steken.
Even later hing verderop aan de tak weer een tros maar die was de helft kleiner. Imkers denken dat de oorspronkelijke tros in zo’n geval twee koninginnen telt, waardoor hij wel uit elkaar moet zwermen want anders wordt het misschien ruzie. Kennelijk is een van de koninginnen teruggekeerd naar onze kersenboom. De onrust was op dat moment groot dus hebben we maar binnen gegeten. Toen het schemerde, vloog er geen bij meer rond, ze hingen allemaal aan de tros.
De volgende morgen hing het spul er nog, maar het was unheimisch druk met bijen in de tuin. Mijn vrees was dat ze het in hun bol zouden krijgen om in of onder Elvins oude speelhuisje te nestelen, waardoor ik permanent in de bijendrukte zou komen te zitten. Op het internet gezocht naar bijenzwerm. Zo kwam ik erachter dat in Almere Buiten een zwermcoördinator resideert. Hij zou na de boodschappen komen, wat goed uitkwam, want ik moest nog naar de tandarts, maar dat had niets met de bijen te maken.
De zwermimker veegde op heroïsche wijze, maar wel steekvrij verpakt, de koningin met een deel van de tros in een mandje, dat hij de kiep noemde. Nadat hij had vastgesteld dat de koningin zich aan het mandje vasthield, hing hij het omgekeerd aan de tak, dat alles met de heerlijke nonchalance van de vakman. Daarna ging hij naar de volgende zwerm van die dag; het is nu zwermtijd. Ondertussen zouden de bijen zich settelen in de kiep die hij dan later op zou halen. Maar toen hij terugkwam was het nog niet rustig. Er cirkelden voordurend 40 bijen rond de kiep en die wilde hij niet allemaal achterlaten. Hij zou ’s avonds terugkomen.
Na acht uur begon het al flink te schemeren vanwege de dreigende onweerswolken. Ik belde hem om te zeggen dat het nu lekker rustig was, maar dat ik niet wist wat er zou gebeuren bij een onweersbui. Hij bleek hetzelfde te denken en was al onderweg. Het afvoeren van de kiep verliep heel simpel. Hij legde een netje op de grond, knipte de kiep los, zette hem op het netje en bond de boel dicht. Geen bij die met zijn ogen knipperde. Wonderlijk allemaal. Pakweg 8 bijen hebben de boot gemist, die vliegen nu nog steeds rond. Waarschijnlijk waren die op zoek naar een permanente vestigingsplaats. Zielig eigenlijk. Je zou maar op je werk komen en het hele gebouw is verdwenen. Hoewel, veel mensen zouden daar stiekem blij om zijn.
Al met al een leerzame ervaring. Tot nu toe kende ik alleen de vliegende kiep uit de radioverslagen van voetbalwedstrijden. Nu blijkt er ook een xenosachtig mandje te zijn dat kiep heet. Een mens is nooit te oud om te leren, als hij zich niet achter de pelargonums verstopt.
Klik op een afbeelding om een vergroting te zien.


1 reactie

Moerasgedeelte van natuurvijver geheel vernieuwd met speelzand

Het mooiste deel van mijn tuin vind ik nog steeds mijn vijver. Die bestaat uit een diep gedeelte (70%) en een ondiep gedeelte (30%), het moeras. Dat moeras is op eigen kracht helemaal volgegroeid. De oevers werden steeds breder en het wateroppervlak werd steeds kleiner. Uiteraard werd het moeras ook steeds ondieper. Om de kikkers een mooie plek te bieden om hun eieren af te zetten, moest ik het moeras elk jaar voor het invallen van de winter al grotendeels vrijmaken van planten en tegelijkertijd een beetje uitdiepen. Sinds 2014 kwam ik daarbij onkruid zoals heermoes tegen. Dapper heb ik geprobeerd om het te wieden, maar tevergeefs. In september afgelopen jaar zag ik dat het heermoes ook rondom de vijver opdook. Daarom besloot ik tot een drastische operatie: het moeras en omgeving helemaal kaalstrippen tot ik geen spoor meer van het onkruid terug zou vinden.
Het was een hele klus. Meer dan negentig grote vuilniszakken (15-20 kg elk) met planten en aarde heb ik naar het vuilperron gereden. In november was het moeras leeg en de omgeving kaal. Ik heb het braak laten liggen tot begin maart. Gelukkig kwam er nergens meer onkruid op. Toen kon ik beginnen met de wederopbouw. Ik ben weer uitgegaan van zand als moerasondergrond. Ik had natuurlijk geen andere keus, want vijveraarde zou veel te veel voedingsstoffen in het water brengen, waardoor ik jarenlang tegen algengroei aan zou moeten kijken. De dam die tussen het diepere deel en het moeras ligt, heb ik afgedekt met flagstones. Voorheen lag er grind met een paar grotere rolkeien. Maar de steunmat van kunststof gaas die dat alles bij elkaar hield, moest ik tegelijk met het onkruid verwijderen. Juist de steunmat had me gehinderd bij het wieden van het heermoes, dus die wilde ik niet terug.
Aan de kant van het voormalige speelhuisje, de enorme bulk aan klimop die op de foto’s te zien is, heb ik het muurtje met één steen verhoogd. Tevens heb ik het muurtje 15 cm dichter bij de vijver gelegd. Wat overbleef was een heel smal randje voor oeverplantjes, maar de ervaringen uit het verleden (geen garantie overigens) hebben geleerd dat die zone heel snel aan kan groeien. Grappig is dat het zand dat boven het water uitsteekt altijd nat blijft. Kennelijk zuigt het water op. In de eerste dagen na het aanbrengen van de “droge” zandlaag van een paar centimeter dik kreeg ik daardoor nog de schrik van mijn leven. Het water was in één nacht 5 centimeter gezakt. Omdat ik tegelijkertijd de flagstones had gelegd, was ik bang dat er een lek was ontstaan in het rubber dat de dam afdekt. Ik had namelijk op de dam moeten staan om de middelste 2 stenen te plaatsen. En het zandlichaam onder het rubber had ik om een houten constructie heen geboetseerd (letterlijk, want het was hetzelfde zand als waarvan je zandsculpturen bouwt). Mogelijk zat er een scherp stuk in die constructie waar ik het rubber door mijn gewicht tegenaan gedrukt had. Maar gelukkig bleek het dus allemaal te komen doordat het zand als een gek water opzuigt.
Heel grappig is dat de salamanders (zo’n zestig wonen er tijdens de voortplanting in de vijver) de zandbodem van het moeras waanzinnig interessant vinden. Zodra het water weer helder was, zag ik dat er ruim twintig rondkropen over het zand. Ook in de weken erna bleven ze er actief, toch altijd minstens tien exemplaren. Vanochtend waren ze ineens allemaal verdwenen. Ik heb geen reigersporen gezien, dus ik vermoed dat de trek begonnen is. In het diepere deel zie ik ook geen voortplantingsactiviteiten meer, dus het zou kunnen kloppen.
Verbaas je niet over de stokjes rond de vijver. Onze Wiezel denkt dat rulle, vrij toegankelijke aarde bedoeld is als kattenbak. Ik heb de satéstokjes met de scherpe kant naar boven in de grond gestoken. Wie hier dierenmishandeling in ziet, a) is niet goed wijs, b) heeft nooit in haar onsmakelijke drollen gegrepen (beide antwoorden zijn juist).
Je weet toch dat je op de kleine fotootjes moet klikken om de grotere te zien?