WATERGEEST

dagboek van een early vutter


1 reactie

Een bijenzwerm strijkt neer in een Almeerse tuin

Woendag aan het eind van de middag vroeg Rita me te kijken naar een raar beest in de kersenboom. Behoedzaam sloop ik naderbij want het beest werd omringd door een zwerm wespen, althans zo leek het. Bij nadere beschouwing bleek het een tros bijen zo groot als een volleybal, die aan een tak hing. Na even met eerbied geslagen te zijn door dit wondertje der natuur ging ik mijn camera halen, onderwijl bedenkend dat ergens midden in die tros een koningin moest zitten, want zoveel had ik nog wel geleerd dankzij de stroom aan natuurfilms op tv. Het hoeven dus echt niet altijd olifanten te zijn.
Wat ik niet van natuurfilms had geleerd was dat de tros weg kon zijn toen ik beneden kwam met mijn camera in de aanslag. In plaats daarvan hing er nu een enorme wolk van luidkeels zoemende bijen boven onze tuin en vooral die van de buren. Dat alles maakte zo veel indruk dat we maar naar binnen zijn gegaan. Het werkt bij bijen niet als bij honden, zoemende bijen steken wel degelijk. Toen wisten we nog niet dat bijen tijdens het zwermen niet zo snel zullen steken.
Even later hing verderop aan de tak weer een tros maar die was de helft kleiner. Imkers denken dat de oorspronkelijke tros in zo’n geval twee koninginnen telt, waardoor hij wel uit elkaar moet zwermen want anders wordt het misschien ruzie. Kennelijk is een van de koninginnen teruggekeerd naar onze kersenboom. De onrust was op dat moment groot dus hebben we maar binnen gegeten. Toen het schemerde, vloog er geen bij meer rond, ze hingen allemaal aan de tros.
De volgende morgen hing het spul er nog, maar het was unheimisch druk met bijen in de tuin. Mijn vrees was dat ze het in hun bol zouden krijgen om in of onder Elvins oude speelhuisje te nestelen, waardoor ik permanent in de bijendrukte zou komen te zitten. Op het internet gezocht naar bijenzwerm. Zo kwam ik erachter dat in Almere Buiten een zwermcoördinator resideert. Hij zou na de boodschappen komen, wat goed uitkwam, want ik moest nog naar de tandarts, maar dat had niets met de bijen te maken.
De zwermimker veegde op heroïsche wijze, maar wel steekvrij verpakt, de koningin met een deel van de tros in een mandje, dat hij de kiep noemde. Nadat hij had vastgesteld dat de koningin zich aan het mandje vasthield, hing hij het omgekeerd aan de tak, dat alles met de heerlijke nonchalance van de vakman. Daarna ging hij naar de volgende zwerm van die dag; het is nu zwermtijd. Ondertussen zouden de bijen zich settelen in de kiep die hij dan later op zou halen. Maar toen hij terugkwam was het nog niet rustig. Er cirkelden voordurend 40 bijen rond de kiep en die wilde hij niet allemaal achterlaten. Hij zou ’s avonds terugkomen.
Na acht uur begon het al flink te schemeren vanwege de dreigende onweerswolken. Ik belde hem om te zeggen dat het nu lekker rustig was, maar dat ik niet wist wat er zou gebeuren bij een onweersbui. Hij bleek hetzelfde te denken en was al onderweg. Het afvoeren van de kiep verliep heel simpel. Hij legde een netje op de grond, knipte de kiep los, zette hem op het netje en bond de boel dicht. Geen bij die met zijn ogen knipperde. Wonderlijk allemaal. Pakweg 8 bijen hebben de boot gemist, die vliegen nu nog steeds rond. Waarschijnlijk waren die op zoek naar een permanente vestigingsplaats. Zielig eigenlijk. Je zou maar op je werk komen en het hele gebouw is verdwenen. Hoewel, veel mensen zouden daar stiekem blij om zijn.
Al met al een leerzame ervaring. Tot nu toe kende ik alleen de vliegende kiep uit de radioverslagen van voetbalwedstrijden. Nu blijkt er ook een xenosachtig mandje te zijn dat kiep heet. Een mens is nooit te oud om te leren, als hij zich niet achter de pelargonums verstopt.
Klik op een afbeelding om een vergroting te zien.


1 reactie

Moerasgedeelte van natuurvijver geheel vernieuwd met speelzand

Het mooiste deel van mijn tuin vind ik nog steeds mijn vijver. Die bestaat uit een diep gedeelte (70%) en een ondiep gedeelte (30%), het moeras. Dat moeras is op eigen kracht helemaal volgegroeid. De oevers werden steeds breder en het wateroppervlak werd steeds kleiner. Uiteraard werd het moeras ook steeds ondieper. Om de kikkers een mooie plek te bieden om hun eieren af te zetten, moest ik het moeras elk jaar voor het invallen van de winter al grotendeels vrijmaken van planten en tegelijkertijd een beetje uitdiepen. Sinds 2014 kwam ik daarbij onkruid zoals heermoes tegen. Dapper heb ik geprobeerd om het te wieden, maar tevergeefs. In september afgelopen jaar zag ik dat het heermoes ook rondom de vijver opdook. Daarom besloot ik tot een drastische operatie: het moeras en omgeving helemaal kaalstrippen tot ik geen spoor meer van het onkruid terug zou vinden.
Het was een hele klus. Meer dan negentig grote vuilniszakken (15-20 kg elk) met planten en aarde heb ik naar het vuilperron gereden. In november was het moeras leeg en de omgeving kaal. Ik heb het braak laten liggen tot begin maart. Gelukkig kwam er nergens meer onkruid op. Toen kon ik beginnen met de wederopbouw. Ik ben weer uitgegaan van zand als moerasondergrond. Ik had natuurlijk geen andere keus, want vijveraarde zou veel te veel voedingsstoffen in het water brengen, waardoor ik jarenlang tegen algengroei aan zou moeten kijken. De dam die tussen het diepere deel en het moeras ligt, heb ik afgedekt met flagstones. Voorheen lag er grind met een paar grotere rolkeien. Maar de steunmat van kunststof gaas die dat alles bij elkaar hield, moest ik tegelijk met het onkruid verwijderen. Juist de steunmat had me gehinderd bij het wieden van het heermoes, dus die wilde ik niet terug.
Aan de kant van het voormalige speelhuisje, de enorme bulk aan klimop die op de foto’s te zien is, heb ik het muurtje met één steen verhoogd. Tevens heb ik het muurtje 15 cm dichter bij de vijver gelegd. Wat overbleef was een heel smal randje voor oeverplantjes, maar de ervaringen uit het verleden (geen garantie overigens) hebben geleerd dat die zone heel snel aan kan groeien. Grappig is dat het zand dat boven het water uitsteekt altijd nat blijft. Kennelijk zuigt het water op. In de eerste dagen na het aanbrengen van de “droge” zandlaag van een paar centimeter dik kreeg ik daardoor nog de schrik van mijn leven. Het water was in één nacht 5 centimeter gezakt. Omdat ik tegelijkertijd de flagstones had gelegd, was ik bang dat er een lek was ontstaan in het rubber dat de dam afdekt. Ik had namelijk op de dam moeten staan om de middelste 2 stenen te plaatsen. En het zandlichaam onder het rubber had ik om een houten constructie heen geboetseerd (letterlijk, want het was hetzelfde zand als waarvan je zandsculpturen bouwt). Mogelijk zat er een scherp stuk in die constructie waar ik het rubber door mijn gewicht tegenaan gedrukt had. Maar gelukkig bleek het dus allemaal te komen doordat het zand als een gek water opzuigt.
Heel grappig is dat de salamanders (zo’n zestig wonen er tijdens de voortplanting in de vijver) de zandbodem van het moeras waanzinnig interessant vinden. Zodra het water weer helder was, zag ik dat er ruim twintig rondkropen over het zand. Ook in de weken erna bleven ze er actief, toch altijd minstens tien exemplaren. Vanochtend waren ze ineens allemaal verdwenen. Ik heb geen reigersporen gezien, dus ik vermoed dat de trek begonnen is. In het diepere deel zie ik ook geen voortplantingsactiviteiten meer, dus het zou kunnen kloppen.
Verbaas je niet over de stokjes rond de vijver. Onze Wiezel denkt dat rulle, vrij toegankelijke aarde bedoeld is als kattenbak. Ik heb de satéstokjes met de scherpe kant naar boven in de grond gestoken. Wie hier dierenmishandeling in ziet, a) is niet goed wijs, b) heeft nooit in haar onsmakelijke drollen gegrepen (beide antwoorden zijn juist).
Je weet toch dat je op de kleine fotootjes moet klikken om de grotere te zien?


Een reactie plaatsen

Waarom doet Nikon een stapje terug en hoe nu verder?

Deze week kondigde Nikon aan dat het de ontwikkeling van de aangekondigde DL-serie topklasse compactcamera’s stopzet. Dat lijkt een alledaags bericht, maar dat is het absoluut niet. Want nu de smartphones de laatste jaren een heel marktsegment weggevaagd hebben, namelijk dat van de eenvoudige compacts, bewegen alle fabrikanten zich richting het subtopsegment, de markt voor enthousiaste amateurfotografen. Voor een deel werden deze liefhebbers bediend door de onderkant van het aps-c formaat met camera’s van canon, nikon, pentax en sony. Sinds 2010 heeft Fuji zich bij deze groep gevoegd, hoewel de camera’s meest aan de dure kant zijn.
Een aparte stroming binnen het segment van fotografie-enthousiastelingen is die van het spiegelloze mft-formaat, met de merken olympus en panasonic als voornaamste spelers. Inmiddels leveren Olympus en Panasonic ook vooruitstrevende modellen van topkwaliteit die meer gericht zijn op professionele gebruikers. Met name Panasonic heeft zich binnen weten te werken in de markt voor professionele filmer met zijn excellente GH4. De enthousiaste amateurs zijn echter niet vergeten. Het grote voordeel van het mft-formaat (13x17mm) is dat de objectieven veel lichter en kleiner zijn dan die van de grotere formaten.
De markt voor aps-c (ca. 17x25mm) en full-frame (23x35mm, het equivalent van het vroegere kleindbeeldformaat) was stevig in handen van Canon en Nikon, met Sony als sterke nieuwkomer. Pentax dat nog wel een partijtje meespeelde in het aps-c formaat heeft inmiddels een indrukwekkend full-frame topmodel, de K1, dat de bezitters van oude Pentax objectieven aan moet spreken. Fuji heeft nog geen full-frame model, maar wel een aps-c range die het bedrijf van de ondergang heeft gered. En Fuji heeft een mid-range (ca 33x45mm) systeem aangekondigd dat een directe concurrent is voor de Pentax 645D.
Sony is een verhaal apart. Door de overname van Minolta heeft het zich in korte tijd opgewerkt tot een belangrijke speler. En het is enthousiast gaan experimenteren. Zo heeft het de opklapspiegel in de slt modellen vervangen door een halfdoorlatende spiegel, wat nota bene een uitvinding van Canon was (remember de Canon Pellix). Maar daar stopte het niet. De nex-serie van aps-c modellen kwam qua formaat dichtbij de mft modellen van Panasonic en Olympus, maar dus wel met een grotere sensor. En tenslotte was het Somy dat de spiegelloze revolutie van het mft-platform exporteerde naar het full-frame formaat met de A7 serie. De ontwikkelingen gaan hard en ondanks de neerbuigende geluiden vanuit het Canon hoofdkwartier zal men zich daar intussen terdege bewust zijn van het gevaar. Want de bejubelde optische zoeker heeft nu echt zijn tijd gehad en zonder zo’n zoeker heeft een spiegel ook geen enkele zin meer.
Een vrij nieuwe ontwikkeling is die van de 1″ sensor (ca 9x13mm). Deze sensor wordt vooral toegepast in compacte camera’s met een vast objectief voor de enthousiaste amateur. De in het begin vermelde DL-serie van Nikon zou zo’n sensor bevatten. Van de weeromstuit heeft Panasonic een camera met vast objectief met een mft sensor uitgebracht. Fuji begon zijn ommezwaai naar de markt voor enthousiaste amateurs met een compactcamera met vast objectief met een aps-c sensor, de X100, waarvan ik zelf niet goed begrijp waarom iemand die zou kopen (hij is nogal duur).
Al met al is er nu veel meer keus voor enthousiaste amateurfotografen dan pakweg 7 jaar geleden. Zo veel keus dat de spoeling dun wordt. Want het aantal gebruikers neemt niet of nauwelijks toe. Dat betekent dus voor de fabrikanten dat zij veel minder exemplaren per model verkopen. En daarmee komt de mogelijkheid om de ontwikkelingskosten terug te verdienen in gevaar. Fabrikanten zullen niet snel meer een geheel nieuwe lijn opzetten. We zullen het vooralsnog moeten doen met doorontwikkeling van wat we nu hebben.
De DL-serie van Nikon was zo’n nieuwe lijn. Op dit moment zit Nikon financieel gezien in zwaar weer. Vandaar de stopzetting van de ontwikkeling. De camera’s zagen er goed uit. Maar er zijn al zo veel goede camera’s. Dit jaar verwacht ik nog wel meer stekkers die ergens uitgetrokken gaan worden. Als Fuji niet meteen doorbreekt met zijn nieuwe medium formaat camera zal het snel afgelopen zijn. En anders legt de Pentax 645D misschien het loodje. Nikon zal verder in zijn modellen gaan snijden en wellicht aansluiting zoeken bij de mft groep. En Canon zal misschien zijn M-serie torpederen. Ook de Cosina full-frame zie ik niet meer verschijnen.
Leica heb ik hier niet vermeld. Qua prijs mikt Leica namelijk niet op enthousiaste amateurs, hooguit op amateuristische snobs. En laten we eerlijk zijn, een meetzoeker had al lang verleden tijd moeten zijn. Over zoekers gesproken, waarom denken alle fabrikanten toch dat die niet nodig zijn. Ook twee van de drie geannuleerde Nikons hadden weer geen zoeker. Er zijn zo veel modellen zonder zoeker die qua prijs echt wel in het enthousiasten segment zitten. Ik kan me echter geen fotografieliefhebber voorstellen die zonder zoeker kan.


Een reactie plaatsen

Een nevelige najaarswandeling in het Wendelbos.

Op 26 november deden we een ons nog niet bekende wandeling in een bekend gebied, het Waterloopbos. Daar hadden we al vaker gewandeld, maar voor Rita is het nadeel dat er altijd veel te fotograferen valt. Vandaar dat we deze keer voor het aanpalende Wendelbos hadden gekozen, mede om Rita’s nieuwe wandelschoenen in te lopen. De wandeling begint gewoon in het Waterloopbos, waar Natuurmonumenten nu zichtbaar bezig is om de oude waterloopkundige modellen schoon te maken. Tot nu toe was alles overgroeid geweest, deels zelfs helemaal dichtgegroeid. Nu is het waterpeil op een aantal punten verlaagd en zijn de lagen modder, bladeren en waterplanten weggehaald. Jammer genoeg verdwijnt daardoor ook de prachtige sfeer van teloorgang. Maar vanuit geschiedkundig oogpunt zal het dan wel weer interessant zijn.
De Wendelboswandeling is niet lang, iets van 7 kilometer. Maar het is wel gevarieerd bos, deels jong ook, iets heel anders dan de Veluwe met zijn oude woudreuzen. Het eerste deel gaat door het oude Waterloopbos, daarna komt nieuwe aanplant die aan landbouwgrond grenst. Een gedeelte loopt langs een vaart, waar dankzij de mist een mystieke sfeer hing. Daarna weer een pad dat tussen de bomen slingert. Natuurmonumenten heeft erg zijn best gedaan om het uiterste uit de wandeling te halen. Soms heb je het gevoel in een kringetje te lopen. Maar op zo´n klein stukje grond kan het moeilijk anders. En als je rustig wilt wandelen maakt het niet zo veel uit wat het parcours is. Zolang het maar rustig is.


Een reactie plaatsen

Film De Surprise uit 2015 blijkt een heerlijke verrassing

Misschien is het onterecht, maar ik kijk vrijwel geen films meer op teevee. Soms is dat uit irritatie vanwege de reclames, maar vaak ook gewoon omdat ik een beetje geblaseerd ben. Ik heb het gevoel dat ik de films die ertoe doen al gezien heb. Als ik ze goed vond, dan wil ik ze niet nog eens zien, bang als ik ben dat het tegen zal vallen. Met andere woorden, ik wil niet stoken in mooie herinneringen, vooral als die van mijzelf zijn. En als ik ze slecht vond, nou ja dat spreekt vanzelf. Veel van wat er de laatste jaren is verschenen, kan me ook niet meer boeien. Het accent is zo vreselijk verschoven naar actie en trucage.
Aangenaam verrast was ik dus, om maar eens een cliché uit de kast te laten komen, toen ik het begin van De Surprise zag. Ik was meteen geboeid door het spel van Van Koningsbrugge. Toen Elysium in beeld kwam, moest ik heel erg denken aan een SF verhaal, waarvan de naam me nu nog steeds niet te binnen is geschoten. Ik dreigde daardoor even af te haken, maar meteen dacht ik: wat de hek. En ik ben blij dat ik de film heb uitgezeten.
De film staat te boek als een romantische komedie. Gelukkig is het geen typische onderbroekenlol komedie zoals helaas meestal het geval is. En evenmin was het onderbroekenromantiek, integendeel. De opbouw en het spel (ook van Georgina Verbaan) deden me veel meer denken aan de betere Franse cinema (Amélie uit 2001 bijvoorbeeld). Dat het verhaal sterk is, mag niet verbazen, want het heet gebaseerd te zijn op een verhaal van Belcampo. Daar herinner ik me dan weer niets van; zou dat het SF verhaal geweest zijn? Evengoed is het knap dat een verhaal van Belcampo niet verpest is. Hulde aan de regisseur, Mike van Diem. Ik ben niet scheutig met sterren, maar deze keer geef ik er vijf. Als is dat dan misschien mede omdat ik nu ook eens iets moderns heb gezien.