WATERGEEST

dagboek van een early vutter


Een reactie plaatsen

The Bus, een surrealistische strip van Paul Kirchner, verdient meer aandacht

Augustus lijkt hier op Watergeest wel de maand van de kunst. Nu besteed ik weer aandacht aan Paul Kirchner die wat mij betreft op het grensvlak van de gewone cultuurkunst en de 9e kunst opereert. Dit voorjaar maakte ik kennis met The Bus via facebook wat dan weer eens een verdienste mag heten. Deze strip die in de jaren 80 in Heavy Metal verscheen deed me afwisselend denken aan M.C. Escher, Will Eisner, Winsor McCay en Joost Swarte. Wat sommigen de beschuldiging van naäperij in de mond zal leggen, maar die kunnen beter voor een lepel meel kiezen. Want het tegendeel is waar, het is bedoeld als een groot compliment, zijn werk is volstrekt origineel. Paul Kirchner kan namelijk met eenvoudige technieken een wereld van verwondering oproepen. Precies wat de andere vier tekenaars ook kunnen.
Paul Kirchner werkte o.a. bij DC Comics, je weet wel, naast Marvel de uitgever van veel van die ellendige superhelden. Begin jaren 70 ontdekte hij de underground in de VS em ging een tijdje voor Wally Wood werken, je weet wel, die van die spotprent vol neukende en spuitende Disney figuren. Begin jaren 80 deed hij The Bus voor het uit Europa overgewaaide underground tijdschrift Heavy Metal (Metal Hurlant). Hij heeft natuurlijk nog veel meer gedaan, o.a. een grafische roman samen met onze eigen Janwillem van de Wetering. The Bus is het enige werk dat ik van hem ken. En dat is voldoende, geloof me.
Op Imgur kun je 56 stripjes bekijken.

Advertenties


Een reactie plaatsen

Het Teken Van De Maan is een verpletterend mooi sprookje

Mijn grote passie voor stripverhalen is eigenlijk wel zo’n beetje voorbij. Ik koop ook vrijwel niets meer. Maar af en toe kom ik een album tegen dat zo mooi is, niet alleen qua tekenwerk, want dat is toch heel belangrijk bij een strip, maar ook qua vertelling, dat ik het eenvoudig niet kan laten liggen. Zo ging het ook met dit album, dat ik overigens als verjaarscadeau voor mijn neef heb gekocht, wetende dat ik het wel van hem zou mogen lenen. Uitgesteld genot, heet dat.
Het teken van de maan is gebaseerd op een volkslegende vol donkere bossen, wolven en de maan. Scenarist Enrique Bonet heeft het bewerkt tot een sprookje waar veel klassieke elementen in voorkomen, de slechterikken, de gluiperd, de tovenares, de natuurvriend. Maar centraal staat de geschiedenis van Artemis en haar broertje. Artemis gaat graag bij de toren in het bos naar de wassende maan kijken. Daar is ook een put waar het broertje bang voor is, dankzij de griezelverhalen van de dorpelingen.
De angstdromen die Artemis regelmatig plagen komen uit, er gebeurt iets verschrikkelijks. Artemis is daardoor getroebleerd; zij scheert zich kaal en komt haar huis niet meer uit. Zij geeft de maan de schuld van alle ellende. Jaren later is Rufo, de slechterik, aan de macht. Hij organiseert een feest waar hij ook Artemis uitnodigt, want hij wil haar al jaren hebben. Maar zij wil niet gaan. Dan neemt Rufo de natuurmens Spriet gevangen, zodat Artemis wel naar het feest zal komen om hem te redden. Onderweg wacht Rufo Artemis op en wil haar verkrachten. Maar zij weet weggedrongen herinneringen bij hem op te roepen, die hem ziedend maken. Rufo besluit Spriet door een woeste beer te laten verslinden. Het loopt allemaal heel anders dan Rufo verwachtte. Uiteindelijk weet Spriet Artemis weer met de maan te verzoenen. En zij blijken nog gelukkig te leven (dat het lang was blijkt nergens uit).
Het tekenwerk van Jose Luis Munuera is schitterend. Het album bevat alle mogelijk tinten grijs, ook zilverachtig grijs. Alleen de mantel van Artemis is rood. In de tekeningen heeft Munuera niet alles geinkt, waardoor de figuren vrijkomen van de achtergrond en accenten in het landschap er uitspringen. Niet te geloven dat dit dezelfde tekenaar is die geen succes had met Robbedoes en Kwabbernoot. Een en al genot. Als je van de betere strip houdt, van de grafische roman zeg maar, dan mag je dit boek niet missen.


Een reactie plaatsen

De grillige geheimen van de menselijke geest – Pas Op, Kwabbernoot

Gisteren was ik op familiebezoek. Het was de geboortedag van mijn vader. Zoals vaker bij familiebezoeken of andere samenlopen van mensen kwam het gesprek op sport. Onder andere de Giro kwam voorbij. Uit het niets dacht ik aan het stripboek van Robbedoes en Kwabbernoot “Pas Op, Kwabbernoot”. Daarin zit namelijk een legendarische wielrenscene, waarin Kwabbernoot achteruit van een berg afrijdt. Hoe ik daarop kwam? Eenvoudig omdat ik aan mij vader had gedacht.
Toen ik een jaar of acht was, kende ik nauwelijks strips. Ik bezat een boek van Pinkie Pienter, “de geheimzinnige verdwijning in atoomstad”, dat ik ooit eens bij elkaar gejengeld had op de markt. Verder had ik aan een regenvakantie nog een boek van Fix en Foxy overgehouden. Bij elkaar niet voldoende om van een verlichte jeugd te spreken. Hoewel, ik had al wel een abonnement op de Donald Duck, waar in die tijd nog veel verhalen van grootmeester Barks in stonden. Maar goed, dat was een tijdschrift, geen boek.
Op een dag kwam mijn vader terug van de kapper, die ergens aan de Spuiweg zetelde. Op de terugweg nam hij dan rokertjes mee uit de nabij gevestigde tabakshandel. Daar was zijn oog gevallen op een rek met strips die hij niet kende. Na wat gebladerd te hebben, besloot hij voor mij een boek van Lucky Luke mee te nemen. Een nieuwe wereld ging voor mij open. Net als voor mijn vader trouwens, want hij vond de boeken zelf ook leuk. Een van zijn favorieten was Guus Slim. Luttele kappersbezoeken later bracht hij “Pas Op, Kwabbernoot” mee. Zo maakte ik kennis met een van de grootste tekenaars ooit, Franquin. In mijn geest zijn dat boek en mijn vader kennelijk voor eeuwig met elkaar verbonden.


Een reactie plaatsen

Strips om nooit te vergeten | Krazy Kat

“Where do I begin? To tell the story of how great a love can be”. Daar moest ik aan denken toen ik laatst mijn Krazy Kat strips terugvond. Die had ik ooit, toen ik net studeerde, gekocht via Kees Oostdijk, van wie ik daarna nooit meer iets heb gehoord. Kees kwam over de vloer bij de hippie uitgevers van Real Free Press. En zij gaven prachtige boekjes uit van Krazy Kat, die op dat moment in zijn homeland behoorlijk vergeten was. In die dagen kende ik eigenlijk alleen de Amerikaanse tekenaars Robert Crumb en Carl Barks. Van George Herriman, de tekenaar van Krazy Kat, had ik nog nooit gehoord.
Krazy Kat onstond ergens rond 1913. Oorspronkelijk was de kat een bijfiguur in een min of meer normale strip. Maar Herriman besloot hem een eigen wereld te geven. En wat voor een wereld. Een van de dingen die Krazy Kat zo leuk maakt is de schitterend surrealistische vormgeving van landschappen en objecten. Een ander aspect is het taalgebruik. De meeste spelers spreken een soort plattelandsdialect, dat Herriman vaak fonetisch weergeeft. “Little darling” wordt “l’ill dollink”. De hoofdsrolspelers zijn Krazy Kat himself, Ignatz Mouse en agent Bull Pupp. Verder zijn er de nodige randfiguren, zoals de leverancier van de bakstenen, die Ignatz naar het hoofd van Krazy gooit. Ignatz heeft namelijk een hekel aan de kat. Krazy is echter verliefd op de muis. Zij (of hij, dat wordt nooit helemaal duidelijk, maar ik denk dat het een zij is) ziet het stenen gooien als een uiting van liefde. Officer Pupp is weer verliefd op Krazy en doet er alles aan om Ignatz Mouse achter slot en grendel te krijgen. De teksten en verhalen zijn soms ronduit poëtisch. Als er een wervelstorm opsteekt: “the wind witches of wunanji brew a brave breeze”. Een verhaal over kattenkruid en het effect op Krazy en haar omgeving heet “A Tale Of Tiger Tea”.
Krazy Kat is een van de allerleukste strips ooit en heeft vandaag de dag weinig aan kracht ingeboet. Het komplete werk van Herriman is door uitgever Fantagraphics opnieuw uitgegeven. Mocht je ergens zo’n boek tegenkomen, verzuim dan niet er een blik in te slaan (een uitdrukking waar Krazy Kat beslist iets raars mee zou doen).


Een reactie plaatsen

“In het land van vergeten” mag je niet vergeten als stripliefhebber

Het is lang geleden dat ik over de negende kunst schreef. Lang geleden ook dat ik een stripboek kocht. Er zijn jaren geweest dat zo’n 80 stripboeken per jaar kocht. Maar op een of andere manier heeft het medium een beetje zijn glans verloren. Zal wel door de digitalisering van de wereld komen. Daardoor verliest alles zijn glans. Laatst had ik gelukkig een cadeau nodig voor iemand en ik ging voor alle zekerheid ook maar eens in de stripwinkel kijken. Daar vond ik iets van Shaun Tan dat me wel leuk leek. Maar het beeldschone meisje van de winkel kwam tussenbeide. Als ik dat mooi vond, dan zou ik dit zeker mooi vinden. Zij liet mij het boek “In het land van vergeten” zien. Ik zweer het, het kwam niet door de verkoopster, dat ik dit zo’n schitterend boek vond. Het heeft gewoon alles om pure kunst te zijn. De plaatjes zijn prachtige olieverf schilderijen, met soms surrealistische trekjes (voorplaat). Zij vertellen op zich een verhaal zonder woorden over een zwaar dystopische wereld. De hoofdpersoon probeert er geleidelijk aan te ontsnappen. Hij zit in het verband, hij heeft een aanslag van de terreurkatten op zijn bus overleefd. Pas aan het eind zie je zijn gezicht. Een auteur heeft teksten bij de plaatjes geschreven. Die passen er niet alleen prima bij, maar laten zich ook zelfstandig als verhaal lezen. Het boek is nauwelijks na te vertellen. Lees het zelf, het is het waard. Een meesterwerk. Van tekenaar Stéphane Poulin en schrijver Carl Norac.