WATERGEEST

dagboek van een early vutter


Een reactie plaatsen

Welig tiert de lavatera

In het verleden is lavatera, ook struikmalve genoemd, nooit goed aangeslagen in mijn tuin. Vorig jaar nog eens geprobeerd. Het werden dunne, amechtige sprieten, die overigens wel aardig bloeiden. Met hoop van zegen heb ik ze dit voorjaar teruggesnoeid, want er zaten bladknoppen aan. En verdomd, tijdens onze vakantie hebben zij een groeispurt ingezet, alsof er een bergetappe gewonnen moest worden. Nu tieren zij welig en vormen zo een prachtig roze decor. Lavatiera, zeg maar.

Advertenties


Een reactie plaatsen

Is de lente ook vroeg in Almere?

Vorig jaar kwaakten de bruine kikkers zich op 9 april de lente in, dit jaar deden zij dat al op 14 maart. Dus het is inderdaad waar dat de lente bijna een maand voorloopt op de kalender. Ik heb de grote schoonmaak nu maar even gelaten voor wat ie is, namelijk stomvervelend, en ben begonnen aan het voorjaarklaar maken van de tuin. Dat is overigens de enige zinvolle opruimactie van het jaar; winterklaarmaken is alleen leuk voor tuincentra en andersoortige tuinhaters. Alles dat uit begint te lopen kan nu veilig worden gesnoeid. De stengels van vaste planten die nog lang zaadjes boden aan vogels kunnen worden weggehaald. En er kan op grondniveau worden uitgedund, want er hoeven nu geen kleine (onge)diertjes meer te schuilen.
Toen ik bij de rozenzuil aankwam, aarzelde ik. Moest ik die wel snoeien? Afgelopen jaar heb ik vrijwel geen bloem gezien in de rijkbloeiende doorbloeiers van rozenkweker De Wilde. Ik besloot eens lekker korte metten te maken. Alle rozen eruit, grond goed omgespit en gemest. Daarna op naar ranzig konijn om te zien wat die voor rozen aanbood. Er stonden klimrozen voor een tientje. Niet het soort rozen dat ik graag in mijn tuin heb, de enkelbloemige, botanische rozen. Maar daarvan heeft er tot nu toe niet één goed gebloeid. Dan maar gewone, gevuldbloemige rozen, in mijn jargon janboerenrozen. Mooi vind ik ze niet, maar als schoonheid niet naar mij wil komen, moet ik maar naar de schoonheid toe. Met andere woorden: ik bekijk botanische rozen voortaan wel in de natuur. In mijn tuin doe ik dan maar net als iedereen. Al kost dat me moeite.
Op de foto’s mijn nieuwe aanplant in de rozenzuil en het fris geschilderde mezenkastje bij de buren, waar ik overigens nog geen mees naar heb zien kijken. Terwijl er alle voorgaande jaren in gebroed is. Zouden ze die verflucht niet prettig vinden? Misschien staat het kastje dit jaar dan leeg. Jammer, het zijn van die gezellige beestjes.


3 reacties

Kronkelwilg wordt knotwilg

Na een telefoontje van mijn verzekeraar viel de kogel door de kerk. Het schadelijk omwaaien van mijn kronkelwilg bleek namelijk niet onder de WA-verzekering te vallen. De reden was dat iedereen al een opstalverzekering heeft, dus die moet er maar voor opdraaien als een boom je huis binnen waait. Op een of andere manier harmonieerde dit standpunt ongunstig met mijn verwachting dat stormen almaar in kracht zullen toenemen. Op een mooie dag in januari voegden we dus de daad bij het woord aangaande het afzagen van de takken. Wat neerkwam op een klim in de boom. Vergeefs overigens, want ik voelde mij niet geheel senang helemaal bovenaan mijn ladder, waar ik evengoed nog niet in de buurt kwam van de beoogde zaagplek. Met beide knikkende knieën weer stevig op de grond ging ik tot opluchting van Rita akkoord met een zagende tuinman. Die heet Sander en woont drie huizen verderop. Hij zag nog wel een haak en een oog, maar hij wilde het toch doen. Vandaag klom hij redelijk optimistisch met een handzaag de boom in, waarin hij hoger kwam dan ik, maar niet veel verder met zagen. Dat was echter omdat de lianen van de boomwurger zich voortdurend in zijn zaag vastgrepen. Hij was snel weer beneden om zijn motorzaag te starten. Vanaf dat moment gleed zijn zaag van een leien dakje door de boter. Binnen een uur lagen alle takken op de grond. En wat nog mooier was, zij waren helemaal nergens op gevallen. Om de prijs binnen de perken te houden had ik aangegeven zelf het afval af te voeren. Dat ligt nu op mijn terras te wachten op droge dagen, die ik zal benutten om in aanvankelijk opperbeste stemming de boel te verzagen en te bundelen. Als het goed is groeien er komend seizoen allemaal nieuwe takjes aan de wilg. Die moet ik dan elke drie jaar afknippen, maar dat is geen probleem want ze zijn dunner en zitten lager, ruim binnen de tolerantiegrens van mijn hoogtevrees. Of is het hoogtenvrees?


Een reactie plaatsen

In afwachting van de winterslaap krijgt de Egeltaria nog elke nacht bezoek

Ik ben geen gadgetfreak. Anders zou ik wel zo’n modern infrarood cameraatje bij de Egeltaria hebben gezet om het nachtelijke bezoek te betrappen. Maar misschien had ik dan gezien hoe een horde pest verspreidende zwarte ratten zich door de ingang naar binnen wurmde en of je daar nou beter van slaapt? Wel heb ik een keer een kat betrapt, overdag overigens, die plat op zijn of haar buik liggend met uitgesprekte pootjes het voederbakje naar zich toetrok om het vervolgens bliksemsnel leeg te peuzelen. Nu heb ik het voederbakje zo ver mogelijk van de ingang staan, zodat die kat echt met een afgerichte rat op de proppen moet komen om de snacks te incasseren. Ja, ik weet het, dit is een luidruchtig stille verwijzing naar “Mirakelse Maurits en zijn gestudeerde knaagdieren” van Terry Pratchett (erg leuk boek, zeker lezen). Inmiddels weet ik zeker dat er een egeltje op de kattenbrokjes afkomt, omdat ik a) ’s nachts typische egelgeluidjes heb gehoord, en b) een egeldrolletje voor de ingang heb gevonden. Ik hoop dat het egeltje dankzij mijn doorvoedering straks gesterkt de winterslaap ingaat, zodat ik een warm kerstgevoel van binnen kan koesteren. De Egeltaria op de foto is gemaakt van een oud veilingkrat.


Een reactie plaatsen

Storm produceert ruim een kuub snoeiafval

Op het hoogtepunt van de afgelopen storm keek ik met angst en vrezen naar de ruim negen meter hoge kronkelwilg achter in de tuin. Hij boog nogal ver door en ineens was ik er niet meer zeker van of mijn aansprakelijkheidsverzekering schade bij de buren zou vergoeden. De boom leek zich kranig te houden onder het geweld, maar toen ik even niet oplette, was er toch een grote tak geknakt. Hij zat nog vast, maar hing behoorlijk naar beneden. Woensdag was het rustig genoeg om in een ladder tegen de boom te klimmen. Met een beetje stevige wind is dat namelijk geen pretje. De boom gaat dan heen en weer als een bazaanmast en boven op de ladder kun je gewoon zeeziek worden.
Het viel niet mee om de tak er af te krijgen. Takken van de klimroos en de boomwurger zaten flink in de weg. Na afloop zaten mijn handen en polsen onder de schrammen. Eerst heb ik alle zijtakken van de hoofdtak afgehaald. Want als zo’n zware tak in één keer op het speelhuisje was gevallen, zou het dakje het misschien begeven hebben. Daarna moest ik heel wat hoogtevrees overwinnen om de tak los te zagen. Maar al met al was het in 75 minuten gepiept. De volgende dag alles klein gezaagd en gebundeld. De grofvuildienst kon pas op 19 november, zodat ik de boel zelf maar weggebracht heb. De laadruimte met neergeklapte achterbank zat helemaal vol, een bewijs dat het meer dan een kuub was.
De komende tijd moet ik beslissen of ik de kruin van de kronkelwilg nog verder uit ga dunnen of dat ik er een leuke kronkelknotwilg van maak.