WATERGEEST

dagboek van een early vutter


1 reactie

De muziek kent Vreemde Kostgangers

Afgelopen vrijdag gingen we, vooral op aanraden van de Volkskrant, naar het optreden van Henny Vrienten, Boudewijn de Groot en George Kooymans, dat de titel “Vreemde Kostgangers” droeg. Nu hadden we in het verleden al heel veel plezier beleefd aan Henny Vrientens vorige project “Aardige Jongens” (met Henk Hofstede en Frank Boeijen), dus met een positieve recensie in de rug was het een kleine stap naar het theater. Maar hebben we daar weer net zo genoten als de vorige keer? Nee, maar dat lag voor 60% aan het geluid. Dat was namelijk erbarmelijk slecht, het klonk allemaal veel te schel en te blikkerig, en de zang was voor een deel onverstaanbaar. Terwijl we toch bij Aardige Jongens zelfs Frank Boeijen goed konden verstaan. Een ander minpunt was dat de liedjes nogal oppervlakkig waren. Waar de songs van Aardige Jongens stuk voor stuk origineel, rijk, diep, speels en poëtisch waren, hadden we hier het gevoel naar jaren zestig popliedjes te luisteren, alleen dan niet over nieuwe liefdes, maar over voorbije liefdes. Na de pauze was er een gedeeltelijk akoestische set die wat beter uit de verf kwam, mede ook doordat George Kooymans op een akoestische gitaar kennelijk wat meer buiten de gebaande paden durfde te treden. Alles bij elkaar hadden we de indruk dat Henny Vrienten een beetje met heldenverering bezig was in plaats van met gelijkgestemden een project te doen. Dus als de krant dan nu van een supergroep durft te spreken, terwijl Aardige Jongens dat echt was, dan vraag ik mij heel erg af wat er voor nodig is om zo’n baantje van recensent te krijgen. Goede smaak is in elk geval geen vereiste.
*** Update. Het geluid van de tv-registratie die op donderdag 29 december werd uitgezonden, was stukken beter. Had het in Almere maar zo geklonken.


Een reactie plaatsen

Tijdens het theaterconcert van De Dijk werd ik ter plekke fan

Gisteren naar het eerste van de tien theaterconcerten van De Dijk geweest. Het was mijn kerstkadootje voor Rita, die een enorme fan van Huub en zijn band is. Zelf ben ik nooit zo’n fan geweest. De studioversie van “Als ze er niet is” vind ik bijvoorbeeld tamelijk aanstellerig. Maar wat een live band zeg: fenomenaal. Natuurlijk had ik dat kunnen weten op grond van wat ik op tv had gezien. Maar dat massale, met tienduizend man tegelijk je vingers verbranden aan je aansteker kan me niet bekoren. Om maar te zwijgen van dat irritante meezingen en (uit-de-)maatklappen. Dat viel gelukkig heel erg mee in het theater. Weliswaar zaten er op ons balkon een paar neurotici die voortdurend probeerden iedereen aan het klappen te krijgen, maar gelukkig wilden de meeste mensen gewoon van de muziek genieten. Ook zaten er vlakbij ons een suffe griet die haar klep niet kon houden en een aansteller die wilde laten zien dat hij alle nummers uit zijn hoofd kende. Maar dat was het enige minpunt. Het concert zelf was voortreffelijk. De vaste crew had geen enkele moeite met de beperkingen van het theater. Alleen toergitarist JB Meijers leek maar moeilijk te kunnen wennen aan een klein versterkertje. Zoals bij een band van naam gebruikelijk duurden de twee sets maar net iets meer dan anderhalf uur. Maar in die tijd heb ik dan ook intens genoten. Sterker nog, ik ben ter plekke fan geworden. Het merendeel van het publiek was trouwens erg 45-plus, waarschijnlijk veel die-hard fans, waardoor ik niet het gevoel hoefde te hebben dat ik tussen guppies zat.


Een reactie plaatsen

Zelfportret Bob Dylan zoals het ooit bedoeld was

Net nog tegen een vriend gekeyboard dat ik niet zo veel met oude muziek heb, krijg ik voor mijn jaardag van mijn zoon Another Self Portrait van Bob Dylan. Voor de kenners: twee cd’s met vooral oefenopnamen voor de plaat Self Portrait. Niet dat ik die toen zo heel slecht vond, maar ik ben wel na New Morning afgehaakt als fan. Zodat voor mij het voortreffelijke album John Wesley Harding altijd de mooiste plaat van Dylan is gebleven. Deze laatste bootleg-uitgave laat horen hoe leuk die oefenopnamen zijn, niet zo clean als de studioversie. Heerlijk eenvoudige en/of rauwe liedjes. Werkelijk schitterend zijn de twee totaal verschillende versies van het nummer Little Sadie. Je vraagt je af of Dylan niet de tweede versie op Self Portrait had moeten zetten. Hoe het ook zij, dit is toch Dylan zoals Dylan bedoeld was, in een klein rokerig zaaltje achteraf met alleen een gitaar. Niet meer zo’n lol gehad met een Dylan bootleg sinds het geweldige album The Basement Tapes.


Een reactie plaatsen

Blaudzun overspeelt zijn stem op Heavy Flowers

Lang en verlangend keek ik uit naar de derde cd van Blaudzun, met afstand het origineelste muziektalent van ons land (en de wereld misschien). Maar door een documentaire of interview of weetikveel op de tv was ik bang geworden dat het een beetje te heavy zou zijn. En inderdaad, wat blijkt, de muziek overdondert vaak de stem en het licht vervreemdende klankpalet van zijn arrangementen met een teveel aan geluid. Jammer. Is er dan niets te genieten? Jawel, van de elf serieuze nummers zijn er vier ouderwets Blaudzun. En het nummer Another Ghost Rocket is weer zo fabeltastisch goed dat het veel vergoelijkt. Maar integraal zal ik deze cd zelden draaien. Ik hoop dat Blaudzun weer snel kiest voor de manier van muziek maken die vooral schitterde op Seadrift Soundmachine.


Een reactie plaatsen

Top 2000 – weer tweeduizend keer diezelfde muziek als de vorige jaren

Vorig jaar keek ik nog met een schuin oog naar de top 2000 op tv. Maar dit jaar heb ik er echt moeite mee. Het is namelijk allemaal over- en overbekende muziek. Hits, dus stukgedraaid op radio en tv. Het gaat eigenlijk alleen nog om de wedstrijd. Wie staan er bovenaan? En klopt die selectie met de mijne? Zodat ik weet dat ik Jan Doorsnee ben? Of hoe zit dat? Zo langzamerhand begrijp ik het niet meer. Zelf ben ik altijd op zoek naar nieuwe muziek of toch minstens onbekende oude. Want het bekende werk ken ik nu wel. Wat beweegt mensen om zo in de oude muziek te blijven hangen? Ik heb het in elk geval niet. Een ding weet ik wel, de oudere jongeren die straks bij Matthijs van Nieuwkerk in de uitzending zitten, zijn de MAX-kijkers van morgen. Dat zijn ook mensen die in het verleden zijn blijven hangen. Soms begrijp ik dat wel een beetje. Ik verlang nog wel eens heel erg naar de tijd dat je op de tv aan een grote knop moest draaien om van Nederland 1 naar Nederland 2 te switchen. Maar zelf hang ik eigenlijk meer in de toekomst. Je hoort mij overigens niet zeggen dat dat normaal is.