WATERGEEST

dagboek van een early vutter


Een reactie plaatsen

Brochure Museum of Lost Brands viert de 300ste folder

Dat had ik helemaal niet gedacht toen ik vijf jaar geleden met het Brochure Museum begon, dat ik begin december de 300ste folder zou vieren. Zelf had ik slechts 50 folders om op te nemen in wat toen nog het British Leyland foldermuseum moest gaan heten. Maar de naam stuitte al direct op problemen, want ik vond ook een DAF folder in mijn collectie. DAF en British Leyland hebben gemeen dat zij verdwenen zijn. Zo gezegd zo gedaan, het werd het Foldermuseum der Verloren Merken. Klonk ook wat spannender. En bood meteen ruimte aan het foldertje van mijn oude Exakta camera dat intussen boven water was gekomen.
Als eerste probeerde ik een 100% HTML-weergave (HTML is de taal waarin de meeste web-pagina’s zijn gemaakt), waarbij ik twee plaatjes naast elkaar toonde, de linker en de rechter bladzijde. Maar dat bleek nogal bewerkelijk. En bovendien had ik net ontdekt dat allerlei bedrijven hun weekfolder als doorbladerbare folder op het net zetten. Dat wilde ik ook. Na wat onderzoek vond ik een op Flash gebaseerde bladertool waarmee ik alleen alle baldzijden op maat hoefde te trimmen en in een XML-bestand hoefde te benoemen. Voor de vouwbladen gebruikte ik een slideshow programma. Het Flashprogramma werkte prima tot aan een Windows-upgrade. De laadtijden bij meer dan 16 bladzijden werden opeens enorm. De meeste bezoekers hadden er geen last van, maar sommigen haakten af. De maker van de bladertool had inmiddels een vreselijk interessante baan in Singapore gekregen en hij bleek niet van plan nog een vinger naar het programma uit te steken. In 2015 vond ik een op HTML 5 gebaseerde tool die als voordeel heeft dat hij op alle platforms hetzelfde werkt, ook op mobiele apparaten. Na een maand hard werken had ik alles overgezet en meteen redelijk toekomstbestendig gemaakt.
Inmiddels begint de opzet van de site wat sleets te ogen. Volgend jaar ga ik onderzoek doen naar de mogelijkheden van WordPress. Dat is een zogenaamd content management systeem (CMS) waarmee je makkelijk blogs en sites kunt bouwen. Dit dagboek is met WordPress gemaakt. Waarschijnlijk zal het erop neerkomen dat ik een front-end bouw in WordPress en dat de folder- en merkoverzichtpagina’s blijven wat zij zijn.
Terug naar de 300ste folder. Dat was de launchfolder van de Rover 75, de allerlaatste Rover die het beroemde merk ooit heeft gebouwd. Het museum richt zich op folders uit de periode 1945-1990. De Rover 75 folder stamt uit 1999 en valt dus buiten die periode. Maar het is zo’n weergaloos mooie auto, de mooiste en beste Rover ooit, dat ik hiervoor wel een uitzondering wilde maken. Nou ja, uitzondering, ik ben natuurlijk wel een totale Rover freak. Jammer dat het hoogtepunt in de ontwikkeling van een roemrucht merk meteen de zwanenzang werd. In 2005 hield Rover op te bestaan. Link naar het museum: Brochure Museum of Lost Brands.
Dat ik het met een collectie van slechts 60 folders (inclusief de camerafolders) toch tot zo’n respectabel aantal van 300 heb weten te schoppen, heb ik te danken aan alle verzamelaars die folders voor mij wilden scannen. En gelukkig zijn er steeds meer mensen die me aan materiaal willen helpen, dus voorlopig gaat het museum nog niet dicht.

Advertenties


1 reactie

Van Hon naar Blinkert – Ameland op haar mooist

Wij hebben echt geen smoes nodig om naar Ameland te gaan. Elk jaar proberen we er een weekje te bivakkeren. Het is vrijwel de enige sleur die nooit verveelt. Het tweede bezoek dit jaar viel eind september in een weekje met goddelijk weer. De jas kon meestentijds thuisblijven en dat hebben we toch wel anders meegemaakt. Al vroeg in ons weekje maakten we de wandeling langs natuurgebied Het Oerd aan de zeezijde. Het is een prachtig strand met heel veel groene duintjes (nieuwe duinen). Dat beviel ons uitstekend en toen het weer maar bleef verlokken, besloten we een tweede wandeling te maken. Maar deze keer wilden we proberen helemaal naar de punt van de zandhaak op de Hon te lopen.
Hoe steekt het in elkaar? Aan de oostkant wordt het eiland steeds smaller. Waar het fietspad ophoudt, begint het duinengebied Het Oerd, dat tussen de Noordzee en de Waddenzee in ligt. Als ook de duinen uiteindelijk helemaal ophouden, kom je op De Hon, een enorme, kale strandvlakte met vrij uitzicht op Schiermonnikoog. In de loop der jaren is deze vlakte gegroeid en richting Waddenzee is er een zandreep ontstaan die De Zandhaak wordt genoemd. Het gevolg is dat de droogvallende plaat langs het Oerd ook steeds groter wordt. Deze plaat wilden wij graag eens wandelen, maar dan wel aan de voet van de duintjes van het Oerd, want anders wordt het al snel wadlopen en daar hadden we geen schoeisel voor meegenomen.
Normaal gesproken is die wandeling niet verantwoord. Bij hoog water verblijven er massa’s rustende vogels die je niet wilt verstoren. En bij laag water wordt er dichtbij druk gefoerageerd. Maar dit jaar hadden we geluk, het was extreem laag water, zo laag dat de veerboten soms niet konden varen. Toen we op de uiterste punt van de zandhaak aankwamen, zagen we in de verste verte geen enkele vogel. We besloten het erop te wagen. En inderdaad, tijdens de hele wandeling richting het hoge duin De Blinkert, de westelijke grens van Het Oerd, hebben we geen vogel gehinderd. Ook een groot voordeel van het lage tij was dat we vrij makkelijk langs de uitlopers van de slenken konden komen. Bij een wandeling lang geleden moesten we nog waden, terwijl het toen ook laag water was.
Het werd een van de allermooiste wandelingen die we ooit op Ameland hebben gemaakt. De rust en de ruimte waren overweldigend. We kwamen slechts één persoon tegen, volgens mij was zij een plaatselijke fotograaf. Ze zag en sprak er in elk geval niet toeristisch uit en ze had een bulk van een camera. In de verte zagen we boven de Waddenzee prachtige zwermen van vogels. Een vriendelijke wind fluisterde voortdurend om ons hoofd. In de verte klonk het geruis van de zee. Het zou niet erg geweest zijn om daar afscheid te nemen van het leven. Of ben ik nu te veel beïnvloed door Soylent Green? Maar dat is weer een heel ander onderwerp. Ameland waddendiamant is niet gelogen. Al zijn Schiermonnikoog en Terschelling ook niet te versmaden.


1 reactie

De muziek kent Vreemde Kostgangers

Afgelopen vrijdag gingen we, vooral op aanraden van de Volkskrant, naar het optreden van Henny Vrienten, Boudewijn de Groot en George Kooymans, dat de titel “Vreemde Kostgangers” droeg. Nu hadden we in het verleden al heel veel plezier beleefd aan Henny Vrientens vorige project “Aardige Jongens” (met Henk Hofstede en Frank Boeijen), dus met een positieve recensie in de rug was het een kleine stap naar het theater. Maar hebben we daar weer net zo genoten als de vorige keer? Nee, maar dat lag voor 60% aan het geluid. Dat was namelijk erbarmelijk slecht, het klonk allemaal veel te schel en te blikkerig, en de zang was voor een deel onverstaanbaar. Terwijl we toch bij Aardige Jongens zelfs Frank Boeijen goed konden verstaan. Een ander minpunt was dat de liedjes nogal oppervlakkig waren. Waar de songs van Aardige Jongens stuk voor stuk origineel, rijk, diep, speels en poëtisch waren, hadden we hier het gevoel naar jaren zestig popliedjes te luisteren, alleen dan niet over nieuwe liefdes, maar over voorbije liefdes. Na de pauze was er een gedeeltelijk akoestische set die wat beter uit de verf kwam, mede ook doordat George Kooymans op een akoestische gitaar kennelijk wat meer buiten de gebaande paden durfde te treden. Alles bij elkaar hadden we de indruk dat Henny Vrienten een beetje met heldenverering bezig was in plaats van met gelijkgestemden een project te doen. Dus als de krant dan nu van een supergroep durft te spreken, terwijl Aardige Jongens dat echt was, dan vraag ik mij heel erg af wat er voor nodig is om zo’n baantje van recensent te krijgen. Goede smaak is in elk geval geen vereiste.
*** Update. Het geluid van de tv-registratie die op donderdag 29 december werd uitgezonden, was stukken beter. Had het in Almere maar zo geklonken.


Een reactie plaatsen

Myst 5, End Of Ages, is een fenomenale afsluiting van een reeks meesterwerken

In augustus 2014 berichtte ik dat ik met angst en beven begonnen was aan Myst 5, het laatste deel in een tot nu toe onovertroffen serie PC games. Eind augustus 2016, dus twee jaar later, rondde ik het spel eindelijk af. Denk nu niet dat ik non-stop Myst gespeeld heb. Vanaf september 2014 tot juli 2016 heb ik er gewoon niets meer aan gedaan. Dat komt vooral doordat ik na een enthousiaste start een beetje vastliep in de allereerste wereld, Taghira. Ik had me namelijk met onverschrokken vastberadenheid voorgenomen om geen walkthrough te raadplegen. Dat is lege hovaardij gebleken. Toen ik het spel in juli weer oppakte, werd me al snel duidelijk dat ik misschien even zou moeten spieken. De puzzels zijn namelijk hondsdol moeilijk (niet te vergelijken met het oorspronkelijke Myst) en ik heb ook gewoon het geduld niet meer om weken aan een stuk mijn tanden op hetzelfde probleem stuk te bijten. Taghira bleek nog makkelijk. Daar behoefde ik alleen de bevestiging dat ik op het juiste spoor zat. In Todelmer dacht ik echt gek te worden.
Myst 5 is weer opgebouwd volgens de bekende formule van een centrale wereld met linking books naar vier andere werelden waar je dingen moet regelen/ophalen om een puzzel in de centrale wereld op te lossen. In de Myst games speelt het verhaal van de Dni, een volk dat het vermogen had hele werelden te scheppen binnen onze aarde, een centrale rol. In de eerste twee delen was dat niet zo sterk, maar geleidelijk aan werden de Dni en hun geschiedenis steeds belangrijker. Er ontstond zelfs een game dat parallel liep aan de Myst games, Uru – Ages Beyond Myst. Het volgt qua gameplay dezelfde formule. Zoals gebruikelijk is de vormgeving weer fantastisch. Mijn grafische kaart kreeg het er af en toe behoorlijk benauwd van, terwijl er toch echt geen sprake is van de hoge framerates die zo typerend zijn voor schietspellen. Toch had ik de indruk dat er een beetje bezuinigd moest worden op de grafische mogelijkheden. Alles ziet er wel gelikt uit, maar de plaatjes waren soms ook een beetje minimalistisch qua aankleding.
Als het spel begint, ontmoet je Esher, die je zal helpen met aanwijzingen. In de loop van het spel verduidelijkt hij zijn rol, door er steeds op te wijzen dat de tablet die je moet vinden niet in handen mag vallen van Yeesha, de dochter van Atrus die je uit Myst 1 en 2 kent. Zij heeft het volgens Esher namelijk helemaal verpest, deels uit hoogmoed, deels uit onkunde. Esher wekt de indruk het laatst overgebleven lid van de Dni te zijn. Hij heeft de tablet nodig om de wereld van de Dni te restaureren. Yeesha zou zoiets niet kunnen, omdat zij een buitenstaander is. Naarmate het spel vordert hamert Esher hier steeds meer op, zo sterk zelfs dat het ongeloofwaardig wordt. Toen ik de tablet in handen kreeg heb ik het spel gesaved, voor het geval er meerdere eindes zouden zijn. In twee van die eindes kom je terug op het eiland Myst, dat in een deplorable toestand verkeert. Desondanks was het een feest van herkenning. Ik kan me nog moeiteloos het schitterende begin van Myst voor de geest halen, een openingsscene die me trof als een vuistslag.
I realized, the moment I fell into the fissure, that the book would not be destroyed, as I had planned. I continued falling into that starry expanse of which I had only a fleeting glimpse. I have tried to speculate where it might have landed. I must admit, however, such conjecture is futile. Still, the question of whose hands might one day hold my Myst book are unsettling to me. I know my apprehensions might never be allayed, and so I close, realizing that perhaps the ending has not yet been written. Kijk op youtube voor het openingsfilmpje.
Het nadeel van het uitspelen van een spel van olympisch formaat, of het uitlezen van een boek van dat formaat, is dat er niets meer na komt. Je kunt je misschien wel voorstellen hoe blij ik was toen ik direct na het uitspelen vernam dat Cyan Worlds een nieuw spel heeft gelanceerd, Obduction, dat volgens de eerste berichten weer helemaal van hetzelfde kaliber is. Het is net als met duizend-en-een-nacht, er is dus nog steeds iets om naar uit te kijken.