WATERGEEST

dagboek van een early vutter


1 reactie

Van Hon naar Blinkert – Ameland op haar mooist

Wij hebben echt geen smoes nodig om naar Ameland te gaan. Elk jaar proberen we er een weekje te bivakkeren. Het is vrijwel de enige sleur die nooit verveelt. Het tweede bezoek dit jaar viel eind september in een weekje met goddelijk weer. De jas kon meestentijds thuisblijven en dat hebben we toch wel anders meegemaakt. Al vroeg in ons weekje maakten we de wandeling langs natuurgebied Het Oerd aan de zeezijde. Het is een prachtig strand met heel veel groene duintjes (nieuwe duinen). Dat beviel ons uitstekend en toen het weer maar bleef verlokken, besloten we een tweede wandeling te maken. Maar deze keer wilden we proberen helemaal naar de punt van de zandhaak op de Hon te lopen.
Hoe steekt het in elkaar? Aan de oostkant wordt het eiland steeds smaller. Waar het fietspad ophoudt, begint het duinengebied Het Oerd, dat tussen de Noordzee en de Waddenzee in ligt. Als ook de duinen uiteindelijk helemaal ophouden, kom je op De Hon, een enorme, kale strandvlakte met vrij uitzicht op Schiermonnikoog. In de loop der jaren is deze vlakte gegroeid en richting Waddenzee is er een zandreep ontstaan die De Zandhaak wordt genoemd. Het gevolg is dat de droogvallende plaat langs het Oerd ook steeds groter wordt. Deze plaat wilden wij graag eens wandelen, maar dan wel aan de voet van de duintjes van het Oerd, want anders wordt het al snel wadlopen en daar hadden we geen schoeisel voor meegenomen.
Normaal gesproken is die wandeling niet verantwoord. Bij hoog water verblijven er massa’s rustende vogels die je niet wilt verstoren. En bij laag water wordt er dichtbij druk gefoerageerd. Maar dit jaar hadden we geluk, het was extreem laag water, zo laag dat de veerboten soms niet konden varen. Toen we op de uiterste punt van de zandhaak aankwamen, zagen we in de verste verte geen enkele vogel. We besloten het erop te wagen. En inderdaad, tijdens de hele wandeling richting het hoge duin De Blinkert, de westelijke grens van Het Oerd, hebben we geen vogel gehinderd. Ook een groot voordeel van het lage tij was dat we vrij makkelijk langs de uitlopers van de slenken konden komen. Bij een wandeling lang geleden moesten we nog waden, terwijl het toen ook laag water was.
Het werd een van de allermooiste wandelingen die we ooit op Ameland hebben gemaakt. De rust en de ruimte waren overweldigend. We kwamen slechts één persoon tegen, volgens mij was zij een plaatselijke fotograaf. Ze zag en sprak er in elk geval niet toeristisch uit en ze had een bulk van een camera. In de verte zagen we boven de Waddenzee prachtige zwermen van vogels. Een vriendelijke wind fluisterde voortdurend om ons hoofd. In de verte klonk het geruis van de zee. Het zou niet erg geweest zijn om daar afscheid te nemen van het leven. Of ben ik nu te veel beïnvloed door Soylent Green? Maar dat is weer een heel ander onderwerp. Ameland waddendiamant is niet gelogen. Al zijn Schiermonnikoog en Terschelling ook niet te versmaden.

Advertenties


1 reactie

Ameland in panorama’s | 3: binnen de duinen

Let op: klik op de kleine afbeelding om een grote foto te zien.

Aan de binnenkant van de duinen is natuurlijk ook van alles te zien, maar deze keer heb ik alleen foto’s van duinen en een paar bekende plekjes. Het bekendste duin van Ameland is de Oerder Blinkert, een duin van 24 meter hoog. Vanaf dit duin kun je alle kanten op een heel eind weg kijken. Aan de oostkant kun je het einde van de duinenrij goed zien en bij helder weer zelfs de vuurtoren van Schiermonnikoog. Aan de zuidkant overzie je de Waddenzee en de Friese kust, die helemaal niet zo ver weg is. Je kunt bijna de veerdam van Holwerd met het blote oog zien liggen. Kijk je naar het westen dan zie je minstens de veerdam bij Nes nog. Aan de noordkant ligt vanzelfsprekend de Noordzee met duidelijk zichtbaar het boorplatform voor gaswinning. In de duinen ligt een oudere winput die nog steeds operationeel is, maar dankzij de opmars van de natuur is dit landplatform nauwelijks meer zichtbaar.
Helemaal aan de andere kant van het eiland, op de westpunt, staat de beroemde rood-witte vuurtoren van gietstaal. Mijn camera bleek ook in verticale richting panorama’s te kunnen maken, wat een echt groothoekeffect geeft. Vlakbij, richting de plaats Hollum, ligt het pannenkoekhuis Onder De Vuurtoren. Wij gingen hier elke vakantie minstens één keer met onze zoon pannenkoeken eten. In die tijd was er een overweldigend aanbod van soorten pannekoeken, meer dan 300 geloof ik. Ik at daar dan wel eens combinaties als artisjokken, uien, aardappeltjes, champignons en broccoli op een pannenkoek. Zwaar, maar erg lekker. In het kader van de rationalisatie die de oprukkende markt met zich meebrengt, is het aantal soorten gereduceerd tot een dertigtal die je in elk willekeurig pannenkoekenrestaurant kunt bestellen. Nog wel lekker gelukkig en daar gaat het bij kinderen voornamelijk om. Bij het maken van de panoramafoto kwam net de bus voorbij, wat een exotisch effect geeft. Tijdens het voorbijrijden heb ik de scansnelheid veranderd, vandaar misschien dat er twee bussen te zien zijn. Het is echter een-en-dezelfde bus.
In Ballum heb ik nog een foto van het beroemde hotel Nobel gemaakt. Lang geleden was dat een gezellig allemanshotelletje waar je op een klein terrasje of binnen iets kon versnaperen. Nobel was met name beroemd vanwege het zogenaamde nobeltje, een soort rumpunch die ook in handige meeneemflessen werd verkocht. De laatste jaren is Nobel meer-en-meer een pleisterplaats geworden voor kapsonesvolk met beter betaalde eisen, waartoe het gezellige zitje buiten werd opgeleukt tot een buitenlounge met een onprettige prijskaart. De lunch was echter kwalitatief dik en in orde. Het enige minpuntje op het loungeterras was het uitzicht op Europa’s poenigste patserbakken met hun onvermijdelijke sjoemelsoftware.