WATERGEEST

dagboek van een early vutter


Een reactie plaatsen

Derde fotoalbum van 2015 gereed: Gite Le Rose bij Lac de Guerledan

Het duurt even misschien, maar dan heb je ook wat. Namelijk een fotoalbum van de vorige zomervakantie. Het is het eerste album van ons tweewekelijks verblijf aan de noordkant van het Lac de Guerledan. Dat meer vormt de grens tussen twee provincies, namelijk Cotes-d’Armor in het noorden en Morbihan in het zuiden. Het gebied is vrij toeristisch, maar ons huisje lag aan een stil weggetje, dat nog stiller was omdat het in verband met de verwachte drukte voor het drooggevallen meer in beide richting afgesloten was. Het huisje was tweepersoons, met een etra slaapbank zodat er vier mensen kunnen verblijven. Zou ik overigens niemand aanraden. De ramen zaten alleen maar aan de zuidkant wat geen probleem was omdat er aan de noordkant niets was te zien. Vanaf onze ruime veranda keken we vrij uit over de landerijen van de eigenaar. In het grasland liep het Friese paard met artritis dat we Nelly gedoopt hebben. Het beest werd altijd vergezeld door een kraai die we Karel gedoopt hebben. Qua veranda en uitzicht was dit een van de leukste huisjes ooit. En erbij kregen we de verhalen van eigenaar Steve Francis die musicus was. Hij trad nog af en toe op in clubs en op festivals in de buurt.
Klik hier voor het album of kijk bij Fotoalbums in het menu.

Advertenties


Een reactie plaatsen

Horren, overdekt terras, uitzicht op koeien, dat noem ik vakantie

De laatste week van onze zomervakantie hadden we een vakantiehuis gehuurd in het departement Puy-de-Dôme. Het was ook weer een heerlijk geisoleerd gelegen huis, aan een doodlopende zijweg van een stille weg. In het gehucht stonden 3 huizen en een boerderij, waar jonge boeren woonden. Intensief thuis boeren deden zij nog niet zodat we daar weinig last van hadden. De huizen waren allemaal vakantiehuizen. Ons huisje was van Nederlanders. Misschien kwam het daardoor dat het horren had. Hoewel, we hebben wel vaker van Nederlanders gehuurd, maar horren ho maar. Terwijl in Frankrijk net zo goed van die zeikmuggen voorkomen, die rond je oren gaan zoemen alvorens je lek te prikken. Verder was er een groot terras waarvan ongeveer eenderde was overkapt. Zodat je buiten kon blijven zitten tijdens een occasionaal buitje of kon schuilen voor te veel zon. Tel bij dit alles het uitzicht op – rondom weiland met koetjes en een enkel schaap – en je hebt het recept voor een sfeervolle vakantie. Het was bij dit huis dat we twee keer de eerder vermelde hop zagen.
Het huis links op de eerste foto was het onze, de andere gebouwen waren van de boerderij. Achter de groene struiken helemaal links zat het terras van de tweede foto.


Een reactie plaatsen

Een huisje vol knoken en schedels is pas echt gezellig

Dit was een element van de katholieke folklore waar ik al vaak over gelezen had, maar nog nooit in aanraking mee was geweest: een ossuarium. Dat is een verzamelplaats van beenderen en schedels die bij het ontruimen van graven tevoorschijn zijn gekomen. Uit eerbied voor de doden gooide men die resten niet weg, maar men stapelde ze lekker compact op, in een huisje of een kelder. Een soort archief van de begraafplaats zeg maar. Althans dat gebeurde daar waar het katholieke geloof domineerde. Calvinisten vonden dat uiteraard eng, die geheimslijpers. Groot was dus mijn vreugde toen ik op een wandeling bij het stadje Marville op de kaart het woordje “ossuaire” zag staan. Nog groter werd mijn vreugd toen we er aankwamen, want de begraafplaats van St Hilaire en de oude kapel (12e eeuw) waren op zichzelf al de moeite waard. Na enig zoeken vonden we het ossuarium. Het zag er niet helemaal fantastisch onderhouden uit. Maar later bleek dat de lokale, balstorige jeugd waarschijnlijk pogingen heeft gedaan om de boel te verruïneren.


Een reactie plaatsen

Wat vindt St Walfroy er zelf nou van?

Op een boogschut afstand van ons vakantieverblijf lag de abdijkerk van St. Walfroy, bovenop een heuvel die op indrukwekkende wijze over de vallei van de rivier de Chiers uitkijkt. De kerk is grotendeels modern en van de abdij lijkt mij ook voornamelijk nog een hotel over, of althans een luxueus gastenverblijf voor mensen die misschien eens de godganse dag willen bidden in gepaste omgeving. Persoonlijk zou ik zoiets liever doen in een echte abdij, bijv. die van Orval een grensje verderop, maar dat terzijde. Zo gerestaureerd als de gastenverblijven zijn, zoveel verval is er verder te zien. Het toeristische bordje op de foto was scheefgezakt en zo te zien was dat niet net gebeurd. Op dat bordje staat vermeld dat Walfroy hier in de zesde eeuw de lokale godin Arduinna versloeg. Waarschijnlijk een prestatie waarvoor je in de katholieke kerk heilig verklaard wordt. Maar of het nou allemaal zou moeilijk geweest is? Van Arduinna weet men niet veel meer dan dat zij vereerd werd als godin van bos en streek. Waarschijnlijk gewoon een gezellige heks die heilzame kruiden en hop verbouwde in haar kruidentuin. En die niet afliet om haar woeste medekelten ervan te overtuigen dat zij lief moesten zijn voor de natuur. Die zullen dus wel dankbaar geweest zijn dat er kerel met gezag langskwam die beweerde dat zijn god hun dit bos had gegeven om ermee te doen wat zij maar wilden (wat ze eufemistisch rentmeesterschap noemen in het cda). Op de foto waarop St. Walfroy richting de aan hem gewijde kerk bidt, kun je zien dat de vertwijfeling ook bij hem heeft toegeslagen. “Mijn god, hadden ze nou niets mooiers hier neer kunnen zetten.” Overigens is de heuveltop waarop de abdijkerk staat stevig bebost, de wraak van Arduinna wellicht.


Een reactie plaatsen

Een wonderlijke ontmoeting in Frankrijk

Ook dit jaar zaten we met vakantie in Frankrijk. Omdat we de laptop konden gebruiken, hadden we weinig last van het slechte weer; we planden onze uitstapje tussen de regenzones door. Op de enige dag dat het volgens de buienradar heel de dag zou regenen, hebben we een tochtje met de auto gemaakt langs de mooiste (volgens de lokale gidsjes) dorpjes van de streek. Later kwamen we nog meer van zulke dorpjes tegen, maar goed. Op de terugweg stond een man met een paraplu driftig naar ons te zwaaien. We dachten: een Fransman in nood, als we maar begrijpen wat hij bedoelt. Het eerste wat hij zei was: “Nooit zie ik Nederlanders hier. Daarom hield ik jullie even aan, om dat te zeggen”. Enfin, van het een kwam het ander, hij woonde daar en vroeg of we iets kwamen drinken. Daar zeggen we nooit nee tegen, dus even later liepen wij zijn kast van een huis te bewonderen. Naar eigen zeggen dateerde het uit de Middeleeuwen. Dat was te zien, enorm hoge kamers, ook op de etages. Zijn vrouw keek niet op van ons bezoek, zij vond het leuk. We hebben twee uurtjes gezellig zitten kletsen. Zij bleken al meer dan tien jaar in Frankrijk te wonen. Naast de begraafplaats nota bene. Toen ik vroeg of zij dat niet eng vonden, zeiden zij: “Rustiger buren zul je nergens vinden”. Zo werd een regendag toch nog een hartverwarmende dag. Ook al regende het sinds we in de dorpjes waren aangekomen eigenlijk al niet meer (maar het was nog wel regenfris).