WATERGEEST

dagboek van een early vutter


4 reacties

Muizenplaag nu ook in Almere?

Twee jaar geleden doken de berichten op over muizenplagen in het noorden van het land. Grasland in Friesland zou zo ondermijnd zijn dat koeien in de wei wegzakten. Weer een reden om de koeien binnen te houden, denk ik dan. Maar onlangs liep onze poes Wiezel met een muis in haar bek. Dat is heel raar, want ik vermoed dat zij een soort kattensyndroom heeft dat op Down lijkt. Zij is inmiddels al een jaar of negen, maar zij gedraagt zich vaak nog als een kitten. Instinctmatig zou zij dan evengoed een muis kunnen vangen, maar gezien haar onhandigheid denk ik toch dat de muizen voor het oprapen moeten liggen, wil het lukken.wiezel met muis
Zij wilde natuurlijk met haar buit naar binnen. Maar daar begin ik niet aan. Straks blijkt de muis springlevend en zie hem dan nog maar eens buiten te krijgen. Op een gegeven moment ontsnapte de muis waarna hij pardoes in de vijver sprong. Wiezel liep heen en weer te rennen om de muis bij het aan land gaan weer te pakken. Maar de muis was zo slim om onder het plankier langs de vijver aan land te gaan. Niet zo slim was dat het beestje zich vervolgens ging wassen zodat Wiezel het met een graai van haar poot weer kon pakken. Daarna was het muisje snel dood.
Het doet je natuurlijk wat als je zo’n klein muisje ziet vechten om te overleven. Maar ingrijpen doe ik niet meer. Niet alleen omdat het de natuur is, maar vooral omdat er sinds een aantal jaren ’s nachts muizen tussen het dakbeschot en de binnenbetimmering actief zijn. En daar worden we dan wakker van. Wat mij betreft vreet Wiezel ze allemaal op. Scheelt mij weer een klusactie met purschuim.

Advertenties


Een reactie plaatsen

Kimmie de poes is overleden – een In Memoriam

Zaterdag 3 januari, vroeg in de morgen, overleed onze poes Kimmie. Het ging al een poosje niet goed met haar. Zij had al last van artrose en een schildklierprobleem. Half oktober moest ik ook nog met haar naar de dierenarts omdat zij niet meer wilde eten. De diagnose was dat haar darmen stilstonden. De dokter heeft haar toen een oppepper gegeven en krachtvoer om aan te sterken. Dat hielp nog formidabel. Haar darmen werkten weer en van het krachtvoer werd zij helemaal hyper. Op dat moment had ik haar nog jaren gegeven. Maar in december ging alles steeds moeizamer en zij werd ook steeds dikker terwijl zij weinig at. Toen zij bijna peigerde tijdens het knippen van haar nagels ben ik weer naar de dokter gegaan. Zij bleek oedeem te hebben, haar hele lijf, haar longen en haar buikholte zaten vol met vocht. Zij kreeg plaspillen, maar voornamelijk om haar einde draaglijk te maken. Want volgens de dokter was haar hart helemaal versleten, het klopte zwak en onregelmatig. Tegen 31 december was zij het vocht grotendeels kwijt. Maar zij heeft er niet veel meer aan gehad. Want zij was inmiddels zo verzwakt dat zij niet meer op de bank kon springen of de straat oversteken. Zij ging elke dag naar de buren schuin tegenover ons, daar bleef zij dan een poos. Op 2 januari heb ik haar gebracht, want de oversteek was te zwaar voor haar. Op 3 januari om 4 uur ’s nachts zag Elvin dat het slecht met haar ging. Hij heeft toen nog afscheid van haar genomen. Toen we opstonden, was zij dood. Zij zag eruit of zij niet geleden had, een hele geruststelling.
Kimmie was een heel bijzondere poes. In de zomer van 2004 ben ik haar gaan uitzoeken samen met Elvin. Ik had gezegd dat een poes ons uit zou zoeken, andersom werkt niet. Eerst kwam er een blauwe rus op ons af. Ik schrok me dood, want het beest zou niet in de kattenbak, die ik net gekocht had, gepast hebben. Maar gelukkig negeerde Elvin hem. De volgende poes die op hem afkwam, was Kimmie. En dat bleek ook meteen typerend voor haar. Zij was een echte allemansvriend. En bliksems goed van vertrouwen. Ondanks alle doktersbezoeken met soms pijnlijke behandelingen ging zij altijd spontaan haar reismandje in als ik met haar naar de dokter moest. Want Kimmie was wat je noemt een zwakke zuster, zij had altijd wel wat. Op een van de foto’s heeft zij een manchet om vanwege een operatie om een enorm gezwel in haar nek te verwijderen. Maar altijd krabbelde zij weer op en rende weer als een dolle griet achter de blaadjes of de vogeltjes aan. Ook moest zij heel vaak kotsen. Meestal op de mat bij de voordeur, terwijl de rest van het huis harde vloerbedekking heeft. Ik heb haar daarvoor vaak vervloekt. Maar altijd maar kort, want zij gaf mij direct weer kopjes. Kimmie was ook een notoire koukleum, ’s winters kroop zij bijna in de verwarming. Bijzonder was dat zij vaak een deel van de dag bij buren doorbracht. Voor een deel is dat misschien nieuwsgierigheid geweest, voor een deel ook haar vertrouwen in mensen, zij voelde zich overal thuis. Een keer ging het bijna mis door die nieuwsgierigheid. Zij was waarschijnlijk in een busjes van werkvolk gesprongen en is daar zo veel straten verder uitgegooid, dat zij de weg terug niet meer kon vinden. Gelukkig had zij een adreskokertje waardoor mensen ons konden bellen.
In 2007 besloten we er een jong poesje bij te nemen om Kimmie gezelschap te houden. Dat was een misrekening, want het werd haat op het eerste gezicht. Later is Kimmie nog bijgedraaid en tolereerde zij Wiezel. Op een van de foto’s zie je beide poezen bij Rita op de bank liggen. Maar ze hebben nooit lekker knus tegen elkaar aan gelegen. Kimmie kon zich ook tegenover honden soms behoorlijk chagrijnig gedragen. Ik heb haar wel eens een herdershond weg zien jagen. En afgelopen zomer dreigde zij een soort pitbull van onze stoep af.
We hebben Kimmie zaterdagmiddag in de tuin begraven, gewikkeld in wit linnen (dead dog on a highway – dad horse experience). We zullen haar niet gauw vergeten. Je hoefde haar maar aan te raken en zij begon te spinnen. Vaak begon zij zelfs in haar slaap te spinnen als zij je stem hoorde.
Vaarwel Kimmie, je was een fijne poes.


1 reactie

Ook dat nog

Fietsend richting de mensenvriend kwam er ineens iets uit een gangetje geschicht, met het voorkomen van een klein, amorf hondje. Het beestje kwam in de maalstroom van mijn trappers terecht en werd, misschien mede daardoor, net niet geplet onder mijn achterwiel met extra dikke stadscommandobanden. Met een snelheid die niet op ernstig letsel duidde, stoof het weg in een andere richting. Ik zag dat het een kat was. Maar toen had ik al “kijk uit, stomme hond” geroepen. Ook dat nog.