WATERGEEST

dagboek van een early vutter


Een reactie plaatsen

De grillige geheimen van de menselijke geest – Pas Op, Kwabbernoot

Gisteren was ik op familiebezoek. Het was de geboortedag van mijn vader. Zoals vaker bij familiebezoeken of andere samenlopen van mensen kwam het gesprek op sport. Onder andere de Giro kwam voorbij. Uit het niets dacht ik aan het stripboek van Robbedoes en Kwabbernoot “Pas Op, Kwabbernoot”. Daarin zit namelijk een legendarische wielrenscene, waarin Kwabbernoot achteruit van een berg afrijdt. Hoe ik daarop kwam? Eenvoudig omdat ik aan mij vader had gedacht.
Toen ik een jaar of acht was, kende ik nauwelijks strips. Ik bezat een boek van Pinkie Pienter, “de geheimzinnige verdwijning in atoomstad”, dat ik ooit eens bij elkaar gejengeld had op de markt. Verder had ik aan een regenvakantie nog een boek van Fix en Foxy overgehouden. Bij elkaar niet voldoende om van een verlichte jeugd te spreken. Hoewel, ik had al wel een abonnement op de Donald Duck, waar in die tijd nog veel verhalen van grootmeester Barks in stonden. Maar goed, dat was een tijdschrift, geen boek.
Op een dag kwam mijn vader terug van de kapper, die ergens aan de Spuiweg zetelde. Op de terugweg nam hij dan rokertjes mee uit de nabij gevestigde tabakshandel. Daar was zijn oog gevallen op een rek met strips die hij niet kende. Na wat gebladerd te hebben, besloot hij voor mij een boek van Lucky Luke mee te nemen. Een nieuwe wereld ging voor mij open. Net als voor mijn vader trouwens, want hij vond de boeken zelf ook leuk. Een van zijn favorieten was Guus Slim. Luttele kappersbezoeken later bracht hij “Pas Op, Kwabbernoot” mee. Zo maakte ik kennis met een van de grootste tekenaars ooit, Franquin. In mijn geest zijn dat boek en mijn vader kennelijk voor eeuwig met elkaar verbonden.


1 reactie

Het laatste nummer van ZoZoLaLa

nummer 180 van tijdschrift zozolalaMet afgrijzen ontving ik het laatste nummer van mijn striplijfblad ZoZoLaLa, nummer 180. Niet dat ik nog veel strips koop, met ruim achthonderd boeken op de plank ben ik kennelijk een beetje verzadigd geraakt, maar ik hield mezelf dankzij ZoZoLaLa wel op de hoogte van wat er allemaal verscheen. En dat zal ik zeker gaan missen. De kracht van het tijdschrift zat in een goede mix van nieuws, recensies, aankondiging van verschenen titels, artikelen over boeken en interviews met bekende en minder bekende tekenaars. Veel nieuw Nederlands en Belgisch talent heb ik door ZoZoLaLa ontdekt. Sinds de jaren negentig stonden opmaak en inhoud van het blad op een hoog niveau. Het tijdschrift Stripschrift van Het Stripschap, een officieel orgaan voor de promotie van de strip in ons land, kon er een puntje aan zuigen.
Na dertig jaar zes nummers per jaar produceren vond het team achter ZoZoLaLa het genoeg geweest. Ik heb nog nergens gelezen wat de diepere reden is om te stoppen. Misschien is het eenvoudig een teken des tijds: de medewerkers verliezen hun relaxte baan en moeten hard werken om zich opnieuw voldoende inkomen te verschaffen, waardoor er voor het vrijwilligerswerk aan een tijdschrift geen tijd meer is. Zoiets moet er aan de hand zijn. Wereldwijd stoppen allerlei hoogwaardige initiatieven van hobbyisten en amateurs. Zo is afgelopen zomer ook de Nederlandse stripencyclopedie Zilveren Dolfijn gesneuveld. De site blijft nog wel online, maar wordt niet meer bijgewerkt.
Ik hoop dat ZoZoLaLa na enige tijd doorgaat als online medium. Ze hebben al een site ZoZoLaLa. Op dit moment ken ik geen alternatief voor ZoZoLaLa. Mocht je iets weten dan kun je het me vertellen via het tekstballonetje, rechts bovenaan.